Noodnummer voor slachtoffers (cyber)pesten?

Is er nood aan een crisismeldpunt voor uit de hand gelopen (cyber)pestgevallen?  Dat is alvast één van de eisen van het Vlaams Netwerk Kies Kleur tegen Pesten. UIt een nieuw onderzoek (juni 2018) blijkt dat het pestprobleem wijd verspreid is.  De helft van de jongeren gaf aan in een bevraging van UGent dat dat ze ooit gepest werden.

De jongeren geven ook aan dat ze zelf vragende partij zijn voor preventie, sensibilisering en ondersteuning. “Dat hoge cijfer verrast ons”, zegt Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V).

Gie Deboutte haalt een voorbeeld aan van een vader die zijn dochters thuisonderwijs geeft, omdat ze op school gepest werden.  Volgens hem zou dit vermeden kunnen geweest zijn mochten de ouders geweten hebben dat er iemand aan de telefoon hun problemen had begrepen en had kunnen ingrijpen.  Volgens hem is er dringend nood aan een crisismeldpunt.  UGent deed een onderzoek bij 1665 scholieren tussen 12 en 18 jaar. De vraag was of ze ooit slachtoffer waren geweest van (cyber)pesten. Liefst één op twee (48%) antwoordde ja.  48% wilde meer preventie op school, 18% had zelf al gepest.  38% van de slachtoffers probeerde het probleem zelf op te lossen.

“Pesten blijft een onderschat probleem”, zegt voorzitter Gie Deboutte. “De menselijke en maatschappelijke kost loopt hoog op. Net daarom houden we een pleidooi om sterker in te zetten op preventie.” Als er gepest wordt, loopt er ook in de omgeving waar het gebeurt wat fout. “Scholen, sportclubs en jeugdorganisaties dragen een belangrijke verantwoordelijkheid. Ze verdienen extra steun om te kunnen doen wat nodig is”, klinkt het.

Angst

Ook opvallend: 39 procent van de jongeren is bereid zelf hulp te bieden, maar ze hebben angst om tussen te komen. De bijstander of getuige van pestgedrag kan een cruciale rol spelen om pesten te verminderen, maar die doet dat vandaag veelal niet bij een gebrek aan sensibilisering of aanmoediging. Pestdeskundigen stellen dat het stoppen of voorkomen van pesten en cyberpesten het best lukt door jongeren die toeschouwer zijn van (cyber)pesterijen bewust te maken van hun rol en verantwoordelijkheid.

Jongeren hameren vooral op het mentale leed dat (cyber)pesten teweeg brengt en wijzen op het ‘aanhoudende’ aspect ervan: pesten is een vorm van agressie die niet stopt, zelfs al geeft het slachtoffer aan dat het genoeg is geweest. Jongeren kennen de pijn van pesten en dringen aan op meer en permanente aandacht maar ook op acties om (cyber)pesten te voorkomen en te helpen terugdringen.

Dat de cijfers zo hoog liggen in vergelijking met andere onderzoeken, heeft volgens Deboutte te maken met de manier waarop de vraag gesteld werd. In andere onderzoeken kregen jongeren de vraag of ze de voorbije maanden gepest werden. Nu vroeg men aan de jongeren of ze ooit gepest werden.  Vandaar wellicht het hogere cijfer. 

Het Kinderrechtencommisariaat kreeg in 2017 ongeveer 100 meldingen van pestgedrag in het onderwijs, maar wellicht is het maar het topje van de ijsberg en gaat het over pestproblemen die lang aanslepen.

Kinderen en ouders kunnen terecht bij het CLB maar doen dat niet altijd. Ook Awel de kindertelefoon krijgt veel oproepen.  Volgens Deboutte is er een hotline nodig met bemiddelaars of therapeutische hulp voor de slachtoffers. Mensen die zorgen dat de situatie niet verder escaleert en helpen zoeken naar oplossingen.

Uit de studie trekt het Vlaams Netwerk Kies Kleur tegen Pesten enkele beleidsaanbevelingen. Zo vraagt het om de oprichting van een ‘kenniscentrum grensoverschrijdend gedrag’. Wie met kinderen en jongeren omgaat zou tijdens zijn opleiding een basiscursus moeten krijgen met inzicht in pestgedrag en de mogelijke gevolgen ervan. Omdat de praktijk leert dat pestsituaties vaak escaleren , is er ook nood aan een centraal crisismeldpunt voor kinderen, jongeren, ouders, opvoeders, scholen, sportclubs en jeugdorganisaties. Daar krijgen ze dan hulp en advies bij ernstige, acute problemen.

Maar ook de gekende sensibilisatiecampagnes via klassieke en nieuwe media bewijzen hun nut, besluit het Vlaams Netwerk Kies Kleur tegen Pesten.

Ministers Vandeurzen en Crevits denken niet dat een meldpunt het pestprobleem zal oplossen. Zij vinden het belangrijker dat jongeren op school bij iemand terecht kunnen. Dat kan gaan over een medeleerling, een leraar of zorgcoördinator.

Het Vlaams Netwerk Kies Kleur tegen Pesten vraagt op basis van de resultaten om alle Vlaamse leerkrachten, kinderverzorgers en opvoeders tijdens hun opleiding een basiscursus te geven met inzicht in pestgedrag en de mogelijke gevolgen ervan. “Elk geval van pesten is er een te veel”, beklemtoont Crevits. “Jongeren gaan vooral op zoek naar hulp bij iemand die ze kennen, iemand die ze kunnen vertrouwen.” De minister geeft aan dat vanaf volgend schooljaar elke school een leerlingenbegeleider moet aanstellen. Zo komt er in elke school een duidelijk aanspreekpunt. “Door ook zorg als erkenningsvoorwaarde voor elke school in te voeren, de steun aan Conflixers, Cavaria en het Netwerk Kies Kleur tegen Pesten, doen we al inspanningen in de strijd tegen pesten”, zegt de minister.

Crevits belooft overleg met de UGent-onderzoekers en wacht op de resultaten van het onderzoek “Geweld Geteld”, waarbij ook psychologisch, fysiek en seksueel geweld bij kinderen uit het 5de en 6de leerjaar wordt gemeten

Bronnen

HBvL 14/06/2018

https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20180613_03559997

https://www.demorgen.be/binnenland/bijna-helft-van-vlaamse-jongeren-slachtoffer-van-cyber-pesten-bb6b766d/