Leerkrachten worden gecyberpest

1. Moderne technologie maakt leerkrachten geliefkoosde slachtoffers van cyberpesten

Tom Van Renterghem (Child Focus) “Vorig jaar heeft een jongen van zeventien hier bij Child Focus twintig uur gemeenschapsdienst moeten doen. Wat was er gebeurd? Die jongen liep school in Brussel en samen met zijn klas had hij een leraar liggen pesten. Ze hadden alles op video vastgelegd en hij had het filmpje achteraf op een weblog gezet, mét commentaar uiteraard. Vervolgens kreeg de hele school een mail ‘Check this out, er staat een leuke video op….’ De school is er achter gekomen en de hele klas werd gestraft : elke leerling moest een aantal uren gemeenschapsdienst doen bij allerlei liefdadigheidsinstellingen. En de ‘leider’ van de bende, kwam dus bij ons terecht. Eigenlijk vond ik dat een goeie straf. Het gaf ons de kans om die jongen te laten nadenken over wat hij precies had gedaan. Dat is dikwijls het probleem : die pesters staan niet stil bij de gevolgen van wat ze doen. Als je ze dat dan uitlegt, krijg je vaak een reactie van :’Ooh, daar had ik eigenlijk niet aan gedacht toen ik dat filmpje op de weblog zette…” (Annemie Bulté Uit Humo, nr.3400, 16-20)

Pesten met foto's via gsm of het internet komt steeds vaker voor. 'Soms ben ik de school beu en dan is het tof om leerkrachten belachelijk te maken, dat lucht op', zegt Jimmy (16), die er een sport van maakt om het hoofd van zijn leerkrachten van een ander lichaam te voorzien. Ook Jan (15) neemt wraak met beelden. 'Als ze iets misdoen, doe ik het erger terug. Met een foto ben ik zeker dat ze het geen tweede keer proberen.' Jimmy's voornaamste doelwit zijn leerkrachten. "Ze maken ons het leven zuur en dan dit is de enige manier om ze dat betaald te zetten. Soms neem ik stiekem een foto in de klas en dan bewerk ik die met een paar vrienden. Al gebeurt het ook dat we een foto van de schoolsite plukken, bijvoorbeeld foto's van een studiereis. De foto's sturen we dan door via gsm of het internet." "Er zijn twee redenen waarom ik iemand belachelijk maak", zegt Jimmy. "Meestal is het gewoon een grappige foto die ik dan nog wat grappiger maak door er een ander lichaam of een andere achtergrond op te plakken. Die foto's zijn dan ook niet slecht bedoeld, het is gewoon om te lachen. Maar als mensen mij iets misdaan hebben, doe ik het echt om te kwetsen. Zo heb ik ooit een foto van onze lerares wiskunde op een grafzerk gekleefd. Ik lag al en tijdje overhoop met haar en op die manier heb ik revanche kunnen nemen. Of ze die foto's ooit gezien heeft? Dat denk ik niet. Maar ik heb de foto naar mijn vrienden gestuurd en die konden er in ieder geval om lachen." (De Morgen, 08/06/2005)

De mogelijkheden van het internet en GSM met ingebouwde camera bieden leerlingen ook een uitlaatklep om leraars te gaan pesten. Vaak weten leerkrachten zelfs niet eens dat ze talrijke malen op internetblogs of websites geciteerd staan en door het slijk gehaald worden. Hulpverleners raden leerkrachten aan om zichzelf regelmatig eens te googelen, d.w.z. je naam en eventueel school of vak in te tikken in het zoekvenster van Google, de meest gekende zoekmachine op internet. Indien de werkelijke naam gebruikt wordt, zal de leerkracht hier en daar op webpagina’s tevoorschijn komen, hopelijk alleen in positieve zin. Indien er uiteraard een bijnaam werd gebruikt en je bent als leerkracht niet op de hoogte daarvan, is het uiteraard moeilijk te achterhalen. Als je je bijnaam kent, lukt het ook wel om daarmee pestboodschappen te achterhalen, maar de vraag is of de leerkracht het best weet dat hij of zij op internet beledigd wordt. Soms gaan de pestkopjes heel ver en sturen ze anonieme mails naar hun gehate leerkrachten met de boodschap om her en der op een website te gaan kijken.

Discussiepunt blijft vaak de vrijheid van meningsuiting en of de school het recht heeft in te grijpen in het privéleven van leerlingen en wat ze posten in hun online dagboeken. Vroeger schreven ze hun ergernissen omtrent leerkrachten wellicht op in dagboeken of brieven naar elkaar. Nu posten ze het gewoon op internet en maken het zo voor iedereen zichtbaar. De lijn trekken tussen vrijheid van meningsuiting en misbruik is hier moeilijk te trekken. Vanaf wanneer is het beledigend als je op internet schrijft dat leerkracht X een etter is of als je blogt dat leerkracht Y een zielig ventje is. In de VS zijn er al diverse discussiegroepen en forums aan de thematiek gewijd en omdat er nog aangepaste wetgeving noch aangepaste schoolreglementen bestaan, weet men vaak niet hoe optreden in zulke situaties.

Jongeren gebruiken Facebook en blogpagina’s alsof ze naar vrienden brieven schrijven, hebben het naast commentaar op leerkrachten ook over fuiven, leuke jongens, braspartijen, ergernissen en leuke dingen in het leven. Een studie in de VS van de Universiteit van Illinois in Chicago toonde aan dat zo ongeveer 4 miljoen Amerikaanse jongeren tussen 12 en 17 jaar een blogpagina onderhouden. Ongeveer tweemaal zoveel lezen de pagina’s van elkaar op het internet. Het belangrijkste punt is dat de jonge mensen in hun enthousiasme vaak vergeten dat wat zij posten niet enkel gelezen kan worden door hun naaste vrienden maar voor de hele wereld openbaar wordt gemaakt. Een leerkracht klampte in een school een leerling aan omdat hij vond dat wat ze schreef op internet te ver ging. De leerling reageerde spontaan dat ze dat een inbreuk op haar privacy vond en dat de leerkracht niet het recht had om haar privé-ontboezemingen te lezen. Het meisje vergat blijkbaar dat iedereen over de hele wereld haar dagboek op internet via de blogpagina’s kon meelezen.

Voorbeeld 'Maanden van ellende' Directeur van Mater Dei over YouTube-filmpje van gepeste leerkracht. HBvL vrijdag 21 september 2007  Lees hier verder

Voorlopig loopt het in Vlaanderen en Nederland nog niet zo’n vaart en tot nu blijven de blogs van onze jongeren nog aan de beleefde kant. Maar vaak weten we niet wat er allemaal op internet staat en hoe jongeren schrijven en denken over leerkrachten. Er bestaat alvast geen echte wetgeving in Vlaanderen en Nederland om dit soort beledigende taal op internet te verbieden. De school kan wel ingrijpen door de leerling op het matje te roepen, maar eenmaal buiten de schoolmuren kan je als leerkracht weinig inbrengen tegen beledigende taal, tenzij een klacht bij het gerecht indienen inzake zware beledigingen en eerroof. Bij jongeren worden die dingen praktisch altijd geseponeerd.

2. Leerlingen en studenten moeten op hun verantwoordelijkheid gewezen worden.

Guido Verstraeten en Willem Verstraeten, respectievelijk docent ethiek en technologie aan de Karel de Grote Hogeschool en doctoraatsstudent aan de VITO Kortrijk publiceerden een open brief in De Standaard op 22 juni 2005 om ook volwassen studenten op hun verantwoordelijkheid te wijzen. Ze vertrokken van een bestaande gebeurtenis. Scheldtirades van een docent wiskunde werden door enkele van zijn studenten op band opgenomen, van enige technobeat voorzien en kwamen na omzwervingen via e-mail terecht bij Studio Brussel. Het overkwam professor De Racker van de Karel de Grote-hogeschool in Antwerpen. Hij kon ermee lachen, de hogeschool al veel minder. Beide open briefschrijvers pleiten voor een ethisch engagement van de student.
Multimedia drukt de onderwijsverantwoordelijken met de neus op de feiten : bij gebrek aan reglementering heeft niemand de lesinhoud nog in handen. Op minder dan een week kan de hele wereld een lesfragment van een docent op internet beluisteren.

En wanneer mini-geluidsrecorders, webcams en mobieltjes met camera de collegezalen teisteren, dan worden de wetenschappelijk onderlegde boodschapper en zijn inhoud als een goedkoop consumptiegoed op een anonieme markt gegooid. Inhoud en pedagogische omkadering worden als een ongeleid projectiel afgevuurd als gratis internetontspanning, aldus de briefschrijvers. Ze pleiten in hun reactie verder voor een wettelijke bescherming van de intellectuele pedagogische eigendom van de onderwijsinstelling en de leraar. Hun voorstel is voor het aanvullen van het onderwijscontract met een ethisch engagement van de student. Het betekent dat niet alleen docenten maar ook studenten zich zouden moeten engageren voor de opdrachtverklaring van de onderwijsinstelling.

De beide auteurs beklagen zich vooral over de schending van de auteursrechten op de intellectuele eigendom, maar vanuit het oogpunt van pesten is zulk een overeenkomst ook nuttig om leerkrachten hiertegen te beschermen. De grote vraag is natuurlijk of de grote anonimiteit die internet en email biedt, leerkrachten voldoende gaat kunnen beschermen tegen het cyberpesten door hun leerlingen en studenten. Maar het feit dat leerlingen en hun ouders of meerderjarige studenten een contract ondertekenen, kan een zeker afschrikeffect teweegbrengen om niet tot het cyberpesten over te gaan.

3. Be/ver-oordeel je leerkracht/professor.

Recentelijk hebben in Amerika nog andere fenomenen de kop opgestoken die op korte tijd immens populair werden bij de surfende jeugd. Menig internetter is bekend met websites waar je foto’s te zien krijgt en waar je punten moet geven op aantrekkelijkheid of lelijkheid. In de VS is een nieuwe rage ontstaan. Op leerkrachtensites kunnen leerlingen punten geven op hun docenten en dit van commentaar voorzien. Sommige leerlingen geven lovende commentaren, maar vaak lees je ook ergerlijke commentaren op het lesgeefgedrag of het uiterlijk. Een aantal leerlingen doen ook uitspraken over het sex-appeal van hun leerkrachten. Dankzij een website zoals www.ratemyprofessor.com  kunnen leerkrachten en professoren van praktisch elke school en universiteit in de VS nagaan hoe ze publiekelijk door leerlingen opgehemeld of afgebroken worden. In Nederland is iets gelijkaardigs http://www.beoordeelmijnleraar.nl/bml.php


 

4. Opname van duidelijke regels in schoolreglementen

Het enige wat een school kan doen is duidelijke regels omtrent dit soort internetgebruik afspreken met leerlingen en er de nodige sancties aan verbinden, mocht men iemand betrappen. Verder is het uiteraard van belang om preventief te werken door via aangepaste lessen, klasdiscussies, enz. leerlingen bewust te maken van de schade die ze aan leerkrachten kunnen aanrichten door onbezonnen beledigingen of obscene dingen over leerkrachten te posten. Bij jongere kinderen kan men proberen toezicht te houden op weblogs, maar wellicht is dit een utopie. Leerlingen beseffen in hun spontaneïteit niet hoe kwetsend hun opmerkingen kunnen zijn en zowel voor leerkrachten, ouders en alle opvoeders-begeleiders is er de nieuwe uitdaging om jongeren klaar te stomen om op een correcte en respectvolle manier met de nieuwe technologieën om te gaan. Leerkrachten zullen er verder mee moeten leren leven dat ze meer en meer publiekelijk domein geworden zijn en hun lesgeefgedrag daarop moeten aanpassen om te kunnen overleven.

Of het de kwaliteit van het onderwijs ten goede zal komen, dat leerkrachten in de toekomst alleen maar moeten proberen om de meest sympathiekste en de tofste te zijn, is een andere vraag. Vermoedelijk weten de meeste leerkrachten niet wat hun nog allemaal boven het hoofd zal hangen. We mogen overigens het webloggen niet helemaal afbreken. Voor vele jongeren is het een goed middel om te leren schrijven, om vrienden te maken via geschreven taal als ze meer moeite hebben om iemand aan te spreken, om persoonlijke emoties en ervaringen met anderen te delen. Weblogs verbieden zou totale onzin zijn. Leerlingen moeten leren op een positieve manier ermee om te gaan en uitgedaagd worden om positieve dingen te schrijven. Leerkrachten kunnen interesse tonen voor hun schrijfsels door de weblogs te lezen en in de forums of gastenboeken positieve feedback te geven. Het systeem van weblogs en websites waar men leerkrachten kan beoordelen kan ook een stimulans zijn om uitwassen in het onderwijs uit te roeien, bijvoorbeeld leerkrachten die er werkelijk met hun pet naar gooien en uitgeblust rondlopen, leerkrachten die zelf leerlingen beledigen in de klas of op een ongepaste manier met leerlingen omgaan. Het positieve aan vernoemde internettoepassingen is dan dat meer mensen bewust worden van de negatieve situaties die zich ook in het onderwijs kunnen voordoen.

5. Studenten worden steeds vrijpostiger in mails aan hun leerkrachten en proffen

Een randfenomeen bij cyberpesten is dat studenten en leerlingen steeds minder en minder scrupules ontwikkelen in het via e-mail contact opnemen met hun professoren of leraren. Enkele professoren bekloegen zich erover in Het Laatste Nieuws (18/04/2006) De mails van studenten aan hun proffen klinken steeds vaker familiair en zijn zelfs soms echt grof. Dat wekt soms wrevel, maar professoren ergeren zich nog meer aan de vanzelfsprekendheid waarmee studenten hun problemen via e-mails van zich afschuiven. Luc Ballon, professor handelsrecht aan de KULeuven is 60. “Wij moesten onze proffen aanspreken met ‘hooggeleerde heer’. Slechts 20 tot 25% van zijn studenten begint hun mails nog met ‘geachte professor’. Nu schrijven ze ‘hoi’ of ‘mijn beste’. De professor antwoordt meestal kort. ‘Geachte heer, zie website.’ Ook Luc Warlop, professor marketing aan de KULeuven vindt dat het beter kon en dat de studenten een cursus e-mail-etiquette goed zouden kunnen gebruiken.

Studenten schrijven veel taalfouten en laten daarmee hun gebrek aan respect al merken. Maar wat hem nog meer stoort is dat studenten hun professor heel makkelijk gebruiken voor wat ze zelf niet kunnen of willen doen. Bijna al hun vragen zouden ze zelf kunnen oplossen. Een mailtje sturen is makkelijker dan een boek openslaan. Paul Van Orshoven, decaan van de Leuvense rechtsfaculteit stoort zich eraan dat studenten zelfs zonder goeiedag met de deur in huis vallen. ‘Kunt u dat nog eens uitleggen…’ In het beste geval staat er onderaan ‘thx’, de dankuwel uit de sms-cultuur. De shoppende studenten zijn dit jaar een pest geworden, vindt professor Marleen Temmerman, professor gynaecologie aan de RU Gent. Tot vorig jaar kreeg zij wekelijks 3 tot 4 mails van studenten, vaak uit andere richtingen of universiteiten, met heel algemene vragen zoals ‘kunt u mij info bezorgen over HIV in de zwangerschap.’ Nu krijgt ze er 50 per week. En studenten worden grof als ze niet antwoordt. ‘Ik heb nog geen antwoord gekregen’, leest ze ook wel eens. Dan blijkt dat ze haar niet onder hun gewone naam maar onder hun nickname hebben gemaild. De professor weigert echter te antwoorden op emailnamen zoals ‘varkske@hotmail.com’.(Bron : HLN 18/04/2006)

Lees hier de richtlijnen van het VVKSO   Pesten, cyberpesten en steaming van leerlingen door leerlingen: preventie en aanpak. Lees hier verder