Eindverhandelingen/thesissen/bachelor of masterproeven

Indien u uw eindverhandeling, thesis, bachelor- of masterproef rond (cyber)pesten op deze pagina wil toevoegen, stuur ze dan in pdf met een korte samenvatting in een Office Word tekst naar gerardgielen@telenet.be

De eindverhandelingen staan alfabetisch geordend naar titel.

In deze scriptie staat het onderwerp pesten op het werk centraal. Pesten op het werk is een fenomeen dat pas recentelijk onder de aandacht is. Men denkt bij pesten voornamelijk aan kinderen op de lagere en middelbare school die elkaar het leven zuur proberen te maken. Feit is dat pesten op het werk ook voorkomt. Pesten ook wel mobbing genoemd, wordt omschreven als 'het systematisch uitoefenen van psychisch, fysiek of seksueel geweld door één persoon of een groep personen tegen meestal één andere, die niet meer in staat is zichzelf te verdedigen'.

Gedurende 20 weken is er onderzoek gedaan naar pestgedrag dat wordt gezien bij de kinderen op MKT Oostvoorne. Er is onderzoek gedaan naar: wat pesten inhoudt, wat de invloed van de (gedrag)stoornissen is op pesten, wat de houding, vaardigheden en kennis van groepsleiding is met betrekking tot pesten en welke methodes er nationaal gebruikt worden om met pesten om te gaan of om pesten te voorkomen. In dit adviesrapport vindt u allereerst een verkorte weergave waarin de resultaten van ons onderzoek worden weergegeven. Afstudeerproject SPH

In dit onderzoek is antwoord gezocht naar de vraag: Hoe ontstaat pesten en op welke wijze kan een school pesten voorkomen of verminderen? Dit onderzoek beschrijft oorzaken en theorieën van pesten en tips voor een school om met pesten om te gaan. Ook is er een praktijkonderzoek gedaan om te kijken naar de effectiviteit van een aantal interventieprogramma’s. Geen van deze programma’s waren echt effectief. De vraag welk interventieprogramma nu effectief is, blijft staan. Mede door de pestincidenten van de afgelopen tijd neemt de overheid deze vraag serieus op en wordt er extra geld vrijgemaakt voor effectiviteitsonderzoek.

"In dit onderzoek heb ik gekeken of ik het pestgedrag in mijn mentorklas, een 1e klas VMBO basis en kader met LWOO, kon verminderen en de sfeer kon verbeteren door een aantal acties te ondernemen die in het Schoolveiligheidsplan van onze school staan beschreven, zoals het afsluiten van een anti-pest contract. De SAQI heb ik als meetinstrument gebruikt. Via een vragenlijst heb ik van de leerlingen feedback gekregen over de interventie. Daarnaast heb ik via een vragenlijst bekeken of de aanpak, beschreven in het Schoolveiligheidsplan, daadwerkelijk (in de 1e jaars klassen) wordt toegepast."

In het meesterstuk wordt ingegaan op wat pesten inhoudt in de basisschoolleeftijd. Er wordt kritisch gekeken naar de huidige situatie en de mogelijkheden om pestgedrag oplossingsgericht aan te pakken. Er wordt gekozen voor de steungroepaanpak als effectief middel. Deze aanpak wordt omschreven en uitgeprobeerd.Tot slot worden er conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan.

This study examined the experiences, attitude and acting of sport coaches of children of 8 to 12 year old, regarding bullying. Twelve interviews were used for qualitative data-analysis. Coaches point out they barely notice bullying at their sport club. If bullying does occur, it happens at locations without supervision. Most participants valued bullying as a problem. Coaches act on bullying by starting conversations with those involved. This approach, based on their own experiences, seems effective. Protocols regarding bullying at sport clubs do not exist.

De afgelopen jaren is er steeds meer onderzoek gedaan naar het stabiele fenomeen pesten. Deze stabiliteit is mogelijk te verklaren doordat pesten op korte termijn voordelen oplevert voor de dader en dus een functie lijkt te vervullen. Om nader te bepalen op welke manier pesten functioneel kan zijn, werd in dit onderzoek gekeken naar sociaal functioneren van verschillende typen daders bij pestgedrag. De gebruikte data voor dit onderzoek zijn afkomstig van het eerste afnamejaar van het longitudinale project van het Dutch Consortium of Bullying (DCOB) over pesten en sociale dominantie.

The attitudes, routines and the behavior of teachers and school directors are contextual factors that form a possible influence on peer victimization. With this exploratory study, twelve elementary school teachers were interviewed in-depth about their views and practices on bullying and victimization. Second, the way these teachers approach peer victimization is examined. These interviews were used for qualitative data-analysis. We have found that teachers define bullying behavior as structural and deliberately. Different results were found in explaining being a bully.

De scriptie gaat over de aanpak van pestgedrag op basisscholen. Ingegaan wordt op de effectieve vormen van deze aanpak.

Dit praktijk gerichte onderzoek richt zich op de relatie tussen beweegredenen en uitingen van pesten aan de ene kant, en het onderwijsniveau en het geslacht van onderbouwleerlingen aan de andere kant. Uitgangspunt is het vooroordeel dat vmbo-leerlingen meer fysiek pesten en een medeleerling sneller 'anders' vinden wat een reden kan zijn om te pesten. Bovendien wordt in de context van het onderzoek ook de rol van social media onderzocht.

Om tot een lesprogramma tegen pesten te komen op Het Hooghuis Ravenstein moet er eerst gekeken worden naar de school zelf, wat zijn de visies, wat is de zorgstructuur van de school en op welke wijze pakt men het pestprobleem aan. Vanuit deze basis wordt er verder gekeken hoe het lesprogramma aan kan sluiten op de lessen en visies van de school.

Pesten werd voorheen gezien als een verschijnsel dat bij het opgroeien hoort. Pesten blijkt echter negatieve gevolgen te hebben voor zowel de pestkop als het slachtoffer. Er is in toenemende mate aandacht besteed aan de factoren die een rol spelen in pesten. De oorzaak van pestgedrag kan gezocht worden in zowel kenmerken van het slachtoffer als van de pestkop. Vaak gaat de meeste aandacht uit naar de slachtoffers van pesten. Maar waarom hebben juist bepaalde individuen de behoefte om anderen te pesten?

Met deze studie is onderzocht welke richting het verband tussen denkfouten en externaliserend probleemgedrag aanneemt en wat de invloed van pestgedrag is op dit verband. Resultaten van eerder cross-sectioneel onderzoek wijzen in de richting van een bidirectioneel verband waarbij secundaire denkfouten gemaakt worden om primaire denkfouten te ‘beschermen’. Pesters lijken hun goed ontwikkelde sociale vaardigheden te gebruiken om leeftijdgenoten te manipuleren, maar ook achteraf de behoefte te hebben hun gedrag te rechtvaardigen. Verwacht wordt daarom dat pesten een modererend effect heeft op het positieve verband tussen externaliserend probleemgedrag en secundaire denkfouten een jaar later.

Internet speelt een steeds grotere rol in ons leven, zonder dat we onszelf de vraag stellen welke impact dit medium op onze levens heeft. Overal laat je, zowel bewust als onbewust, informatie achter over jezelf. De een, die bijvoorbeeld een persoonlijk dagboek bijhoudt op een blog, is hier al meer bedreven

Reeds veel onderzoek is gevoerd naar online privacy, maar het blijft een zeer actueel onderwerp. Vooral de voortdurend veranderende privacysettings op Facebook maken het de gebruikers moeilijk om zichzelf online te beschermen. Aan de hand van de protection motivation theory van Rogers werd onderzocht welke invloed de afweging tussen privacy concerns en social rewards heeft op de factoren van de protection motivation theory. Daarna werd nagegaan op welke manieren scholieren specifiek hun Facebookprivacy beschermen en hoe de protection motivation-factoren hierop invloed uitoefenen.

Op Prinsentuin Oudenbosch kwamen steeds vaker ruzies voor tussen leerlingen die waren ontstaan naar aanleiding van gesprekken en pesterijen via internet en andere digitale bronnen. Leerlingen maakten buiten school ruzie met elkaar via internet of mobiele telefoon én ruzieden vervolgens verder binnen school. Dit had invloed op het welbevinden en de schoolresultaten van een leerling. Ik vroeg me af of er iets aan gedaan kon worden. De school wist dat cyberpesten zich voordeed, maar het was niet bekend hoe vaak deze voorvallen plaatsvonden; of dit door betrokkenen als een probleem werd gezien en of er, vanuit school, iets aan gedaan kon worden.

Deze scriptie gaat over de risico's op sociale netwerksites. Het gebruik van sociale netwerksites gaat gepaard met risico's. Door mijn eigen ervaringen op Facebook was ik erg benieuwd naar wat de risico's zijn, of gebruikers hiermee bekend zijn en hoe zij hiermee omgaan. Het doel van mijn scriptie is de risico's in kaart te brengen en te onderzoeken of gebruikers bewust zijn van de risico's en maatregelen nemen om zich hiertegen te beschermen. Gekozen is om Facebookgebruikers te onderzoeken omdat Facebook de grootste sociale netwerksite ter wereld is. Facebook is opgericht in 2004, maar heeft na 8 jaar al meer dan 841 miljoen gebruikers wereldwijd.

Het project "pestbeleid" is een project dat ontstaan is vanuit de projectvraag van MPC Ter Bank te Leuven. MPC Ter bank is een medisch pedagogisch centrum voor personen van 3 tot 21 jaar met een licht tot matig verstandelijke handicap met eventueel bijkomende emotionele ? en/of gedragsproblemen. Zij hebben deze vraag ingediend vanuit de nood aan een aangepast programma rond pesten. Aan de hand van dit project willen wij een antwoord bieden op deze vraag zodat de opvoeders op hun beurt een gepast antwoord kunnen bieden aan de jongeren. Dit werk is opgedeeld in 2 delen: het theoretisch luik en de implementatie.

Ik wil u in deze scriptie graag meenemen voor een interessante, maar bovenal informatieve rondreis, waarin we meer te weten zullen komen over de hulpverlening van het schoolmaatschappelijk werk binnen de cyberpestproblematiek. Cyberpesten, ook wel digitaal of elektronisch pesten genoemd, heeft de laatste jaren zijn intrede gemaakt. Het is begonnen met de komst van de gemoderniseerde communicatie, zoals internet en de mobiele telefoons. Zo is gebleken dat cyberpesten een grote invloed heeft op de ontwikkeling van het kind en een maatschappelijk probleem aan het worden is.

Eerder onderzoek heeft de karakteristieke kenmerken van seksuele scripts bij adolescenten geïdentificeerd en bevestigen de rol van seksuele scripts als richtlijnen voor seksueel gedrag. Dit onderzoek tracht de aanwezigheid van de kenmerken van seksuele scripts bij 138 vierdejaars HAVO en VWO leerlingen te herbevestigen en gaat na of de mate van social media gebruik een merkbaar effect heeft op deze seksuele scripts. Het bestaan van de karakteristieke kenmerken van seksuele scripts is bevestigd, adolescenten zijn positiever over de verwachtingen van hun eerste keer seks dan bij leeftijdsgenoten.

Een onderzoek naar de beleving van traditioneel pesten en cyberpesten vanuit het perspectief van slachtoffers in de leeftijd van 10-18 jaar. Hoewel er al aardig wat kennis over traditioneel pesten en cyberpesten is, is er nog geen kennis direct afkomstig van de slachtoffers zelf. Dit onderzoek was er daarom op gericht om slachtoffers aan het woord te laten en hiermee vanuit een ander perspectief naar pesten te kijken, om zo mogelijke manieren te vinden die kunnen bijdragen bij het verminderen van het probleem.

Doel: literatuur over pestslachtoffers is onduidelijk over de vraag of er twee (passieve en agressieve slachtoffers) of drie (passieve slachtoffers, agressieve slachtoffers en ‘bully-victims’) subtypen zijn te onderscheiden. De aandacht was met name gericht op een mogelijk onderscheid tussen slachtoffers die agressie jegens anderen laten zien: de agressieve slachtoffers en de ‘bully-victims’.

eze thesis bespreekt drie onderzoeksvragen. Allereerst wordt er gekeken of er een verschil en een eventueel sekseverschil is in het gebruik van competitiestrategieën tussen de groep sociaal teruggetrokken kinderen, uitgesplitst in sociaal geïsoleerde kinderen en sociaal angstige kinderen, en de restgroep. Voor de tweede vraag wordt onderzocht of sociaal teruggetrokken kinderen, uitgesplitst in sociaal geïsoleerde kinderen en sociaal angstige kinderen, slachtoffer zijn van pestgedrag. Hierbij wordt ook gekeken naar het type slachtoffer van pestgedrag. Als derde vraag komt het bewustzijn van sociaal teruggetrokken kinderen van hun sociale positie binnen een groep aan bod.

Het onderzoek dat in deze scriptie wordt beschreven is uitgevoerd in het kader van een pilotstudy van het project ‘Durf je Wel?!’ op de Liduinaschool in Haarlem. Dit project bestaat uit verschillende onderdelen om sociale competentie op scholen te vergroten en pesten tegen te gaan, waaronder een speciale bijlesgroep voor een selecte groep leerlingen met bijbehorende ouderbijeenkomsten. In het kader van dit onderzoek zijn voor deze bijlesgroep leerlingen geselecteerd die pesten en gepest worden.

De samenleving is doordrenkt met de social media. Scholieren, studenten en volwassenen worden vaak gezien als de grootgebruiker, maar steeds jongere kinderen maken ook gebruik van de social media. In dit onderzoek ging ik met behulp van een enquête en interviews op zoek naar een antwoord op de volgende vraag: Welke invloed hebben de social media op de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind (8-12 jr.) en hoe kunnen kinderen veilig met sociale media om leren gaan? In de prepuberale fase vergelijken tieners zich steeds meer met anderen.

Facebook is en blijft enorm populair, zowel bij jong als oud. In dit onderzoek wordt er op kwalitatieve wijze, aan de hand van diepte-interviews en een usability experiment, gekeken hoe jongeren tussen 12 en 18 jaar omgaan met Facebook, informatie en privacy. Drie onderzoeksvragen worden behandeld en 18 respondenten werden geïnterviewd. Aanvankelijk wordt onderzocht hoe jongeren hun profiel willen beveiligen en hoe de instellingen uiteindelijk zijn ingesteld.

In recent years the idea that bullies have a deficit in social information processing has become increasingly challenged among investigators. On the contrary they seem to be very socially skilled and it is assumed that bullying is a manner to acquire and maintain social status. The question is whether bullies, victims and non-involved children vary in social status. By using peer nominations of 1001 children aged 9 to 12 years old, the present study therefore examines to what extent these children differ on resource control, perceived popularity, social acceptance and friendship.

Als zeven laatstejaarsstudenten bachelor in de orthopedagogie van de Katholieke Hogeschool Limburg kregen we de opdracht om een project te realiseren van St.-Elisabeth. We kozen voor het project 'Uitwerken van sociale vaardigheidssessies voor jongeren tussen 10 en 18 jaar met een licht tot matig mentale beperking'. Dit omdat het concreet uitvoerbaar was met veel praktische elementen en dat het eindproduct op voorhand kenbaar was. Hoe meer we nadachten over dit aangeboden project, hoe meer we tot de conclusie kwamen dat hier inderdaad een tekort aan is. Met de ervaring die we opgedaan hebben, leerden we veel over het werkveld. Het uitwerken van sessies nam geringe tijd in beslag.

Dit onderzoek richt zich op het effect van populariteit en sociometrische status van kinderen en hun wederkerige vrienden op de verbanden tussen sociaal teruggetrokken gedrag, slachtofferschap van pesten en angstklachten. Participanten waren 651 leerlingen in de groepen zes, zeven en acht, waarvan de leeftijd varieerde van 8 tot en met 14 jaar (M = 11 jaar en 2 maanden, SD = 9 maanden). Zoals verwacht werd er een positief verband gevonden tussen zowel verlegen teruggetrokken gedrag en slachtofferschap van pesten als de mate van buitengesloten worden en slachtofferschap van pesten.

Schrik voor sociale media in je klas? Die bieden nochtans veel kansen om je lessen te verrijken. En je leerlingen mediawijs te maken. Maar hoe zorg je ervoor dat je ook een veilig online leerklimaat creëert op school?

8 tips

Pagina's