Eindverhandelingen/thesissen/bachelor of masterproeven

Indien u uw eindverhandeling, thesis, bachelor- of masterproef rond (cyber)pesten op deze pagina wil toevoegen, stuur ze dan in pdf met een korte samenvatting in een Office Word tekst naar gerardgielen@telenet.be

De eindverhandelingen staan alfabetisch geordend naar titel.

Onderzoek naar de betekenis van sociale netwerksites bij het informeren en vormen van Vlaamse jongeren omtrent relaties en seksualiteit. Case: SENSOA & allesoverseks.be “Wat is de betekenis van sociale netwerksites bij het informeren en vormen van Vlaamse jongeren omtrent relaties en seksualiteit?”

LEEMANS,K. Onderzoek naar de gehanteerde copingsstijlen bij jongeren die in contact komen met cyberbesten.
Masterproef, Vrije Universiteit Brussel, september 2008.  Op vraag van BEWEGING TEGEN GEWELD- vzw Zijn.

Jongvolwassenen (18 tot 25 jaar) hebben haast onbeperkt toegang tot internet. Pornografie blijkt een van de populairste toepassingen op het net te zijn, ook bij jongvolwassenen.

GOBERECHT,T. Onderzoek naar het verband tussen emotionele en gedragsproblemen en cyberpesten bij jongeren uit de eerste graad secundair onderwijs. Masterproef, Vrije Universiteit Brussel, juni 2008   Op vraag van BEWEGING TEGEN GEWELD-Vzw ZIJN.

Deze bachelorproef bevat een onderzoek naar het fenomeen pesten op de Haagse hogeschool. Door middel van enquetes is hier onderzoek naar gedaan. In deze bachelorproef kunt u hiervan de uitkomsten lezen en de aanbevelingen die gedaan zijn.

De huidige generatie jongeren van twaalf jaar oud die de overgang van basisschool naar middelbare school maken hebben tegenwoordig vele soorten sociale media tot hun beschikking om in contact te zijn met vrienden. In deze studie wordt gekeken naar de rol van sociale netwerksites en het gebruik van smartphones onder brugklassers in het onderhouden van basisschool vriendschappen en het creëren van nieuwe vriendschappen op de middelbare school. Deze jongeren bevinden zich in een belangrijke periode van hun leven, niet alleen verandert er rond deze leeftijd veel binnen de sociaal-emotionele ontwikkeling, ook de overgang naar een nieuwe school is een spannende ervaring.

Met de komst van het internet heeft een nieuwe vorm van gepest worden zijn intrede gedaan; het online gepest worden. Hier is tot op heden betrekkelijk weinig onderzoek naar verricht. Doel van het hier beschreven longitudinale onderzoek is dan ook om meer theoretische kennis te verkrijgen over de relatie tussen gepest worden in het echte leven en online gepest worden, de mate waarin deze vormen van pesten voor de slachtoffers samenhangen met gevoelens van eenzaamheid en sociale angst en met de mate waarin men gebruik maakt van MSN. Uit de resultaten blijkt dat er een sterk verband bestaat tussen online gepest worden en in het echt gepest worden.

In dit literatuuroverzicht is er gekeken naar de implicaties van de opkomst van online pesten bij jongeren. Als eerste is er een vergelijking gemaakt tussen online pesten en traditioneel pesten. Vervolgens is er gekeken naar de risicofactoren en consequenties van online pesten. En als laatste is de preventie van online pesten belicht.

Het doel van deze masterproef is om na te gaan in welke mate jongeren in het BuSO te maken hebben met online risico‟s en hoe zij daar mee omgaan

Het doel van deze masterproef is om na te gaan in welke mate jongeren in het BuSO te maken hebben met online risico‟s en hoe zij daar mee omgaan. Een eerste vraag die deze masterproef probeert te beantwoorden is of jongeren in het BuSO vaker in aanraking komen met online risico‟s en of zij hier vaker een negatieve ervaring aan overhouden dan jongeren in het gewoon onderwijs. Vervolgens wordt er nagegaan wat de mogelijke determinanten kunnen zijn van blootstelling aan online risico‟s bij jongeren in het BuSO. In een laatste deel wordt er nagegaan op welke manier jongeren in het BuSO omgaan met online risico‟s.

De omgang met leeftijdsgenoten heeft een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen. Lang niet altijd verloopt de omgang met leeftijdsgenoten goed. Een aanzienlijk deel van de kinderen wordt door hun leeftijdsgenoten gepest. Pesten kan zo dus de ontwikkeling van kinderen beïnvloeden. Dit heeft ook zijn weerslag op het gedrag van kinderen. Uiteraard reageren niet alle kinderen hetzelfde als ze worden gepest en vertonen zij ook niet allemaal in dezelfde mate hetzelfde gedrag als reactie op pesten.

Pesten in het onderwijs is een groot probleem dat ernstige gevolgen kan hebben voor de kinderen die erbij betrokken zijn, hetzij als slachtoffer, hetzij als dader. Er is weinig bekend over de verhoudingen tussen leraren en ouders in de context van pesten. Over de communicatie tussen leraren en de ouders van pestende leerlingen lijkt zelfs helemaal geen onderzoek te bestaan. Hierdoor is niet bekend in hoeverre leraren deze ouders deel(genoot) van het probleem maken, waarom ze dit wel of niet doen en in hoeverre deze communicatie een bijdrage kan leveren aan de bestrijding van pesten op school. Daarom wilde de opdrachtgever voor dit onderzoek, dr. Frits Goossens, dit graag onderzocht zien.

In dit onderzoeksverslag wordt antwoord gegeven op de vraag wat er verstaan wordt onder pesten, wat de bovenbouwleerkrachten op dit moment doen als zij met pesten geconfronteerd worden en wat de wenselijke aanpak zou zijn volgens deze leerkrachten. Er wordt een nieuw model voorgesteld voor een breed anti-pestbeleid.

Online pesten kan een enorme impact hebben op de pester, de gepeste en hun omgeving. Dit alledaagse internetmisbruik heeft wel aandacht gekregen, maar die aandacht ging meestal uit naar de gepeste personen, naar het daderschap is maar weinig gekeken. Om meer duidelijkheid te krijgen over de beweegredenen van de dader, was het doel van dit onderzoek, nagaan in hoeverre de zelfwaardering van jongeren van invloed is op pestgedrag.

In maart 2006 is Stichting Ideële Reclame (SIRE) de campagne ‘Stop Digitaal Pesten’ gestart. De digitale pester staat in de campagne centraal, met als bedoeling ouders en jongeren te confronteren met digitale pesterijen. De tv-commercial van SIRE laat een lief blond meisje zien. Haar ouders zijn trots op haar goede schoolresultaten. Bij een hockeywedstrijd wordt ze door haar vader aangemoedigd en als ze bij een vriendinnetje blijft spelen, gedraagt het meisje zich voorbeeldig. Wat haar ouders echter niet weten, is dat hun dochter in de digitale wereld in staat is om er flink op los te schelden: “Vies kutwijf met je vuile rotkop. De hele klas haat je.

Sinds de jaren negentig is er naar aanleiding van een groot onderzoek, veel meer aandacht gekomen voor pesten onder kinderen. In de lijn hiervan schreef ik een module dramatherapie voor kinderen uit groep 6, 7 en 8 van de basisschool, die gepest worden. Het is onderbouwd met een literatuurstudie en verantwoord in een module opzet. Naast het draaiboek per sessie, is er ook een evaluatie door drie mensen uit het werkveld die met deze module te maken zouden kunnen hebben. De module is bedoeld voor kinderen die passief op pesten reageren (de indicaties staan in de module opzet), maar deze module kan als basis worden gebruikt voor modules voor gepeste kinderen in het algemeen.

Pesten wordt steeds vaker opgevat als een streven naar een sociaal dominante positie. De Resource Control Theory van Hawley geeft aan dat een sociaal dominante positie verkregen kan worden door gebruik te maken van sociale strategieën. Er is weinig bekend over het gebruik van sociale strategieën tijdens het pestgedrag van leerlingen uit de brugklas. Het eerste doel van dit onderzoek was het bepalen van de associatie tussen verschillende pestrollen en typen resource controllers. Van 1185 jongens en 1229 meisjes (Mleeftijd = 13.3) afkomstig van scholen uit heel Nederland is middels peerrapportages bepaald tot welke pestrol en tot welk type resource controller ze behoren.

Een kwalitatief onderzoek over hoe slachtoffers van pest-incidenten de oorzaken en gevolgen van de ervaring zelf interpreteren en van welke strategieën zij gebruik maken
om met het pestgedrag om te gaan. Student: Judith Zissoldt (2015)

Hoe ziet een passend pestprotocol eruit dat leerkrachten die werkzaam zijn op basisschool de Oceaan, kunnen inzetten bij het voorkomen en aanpakken van pestgedrag?

In dit onderzoek wordt getracht na te gaan welke betrokkenheid kinderen hebben bij pesten in de klas en op internet. Er wordt gekeken of de kinderen die betrokken zijn bij pesten in de klas en/of op internet andere posities in het netwerk hebben dan leerlingen die niet zijn betrokken bij pesten. Voor zover bekend heeft niemand de relaties van kinderen in de klas en online vergeleken in het kader van pesten. Wel zijn er verschillende onderzoekers die sociale netwerkmethode hebben gebruikt om pesten te analyseren (Veenstra et al. 2007; Veenstra et al. 2008; Salmivalli et al. 1997; Mouttapa et al. 2004).

In dit praktijkonderzoek heb ik onderzocht wat leerlingen, ouders en leerkrachten verstaan onder pesten, of er gepest wordt op onze school, welke vormen van pestgedrag er zijn, op welke plekken en op welke momenten er het meest gepest wordt, de hoeveelheid gepeste kinderen binnen iedere groep, een vergelijking van pestgedrag in de verschillende bouwen en worden de gedachten van ouders over bovengenoemde items weergegeven. Verder worden er tips gegeven voor leerlingen, voor ouders, voor leerkrachten en voor het School Management Team over hoe wij ons samen sterk kunnen maken tegen pesten.

In deze scriptie wordt onderzocht welke rol groepsprocessen ('social contagion', 'weakening of inhibitions against aggression', 'diffusion of responsibility' en het vormen van vriendengroepen) en persoonlijke karakteristieken (Eysenck's persoonlijkheidsdimensies, zelfvertrouwen en geslacht) spelen bij het ontstaan en instandhouden van pestgedrag op school bij kinderen in de leeftijd van vijf tot en met dertien jaar. In de besproken onderzoeken wordt bewijs gevonden voor het 'social contagion effect' (Pepler et al., 1999). Voor de groepsprocessen 'weakening of inhibitions against aggression' en 'diffusion of responsibility' wordt in deze studie geen concreet bewijs gevonden.

Pesten onder kinderen is een bekend fenomeen en is verweven in de sociale context. Veel kinderen krijgen hiermee te maken. Pesten is proactieve agressie, waarbij er sprake is van een onbalans in macht en de intentie om iemand opzettelijk en herhaaldelijk te schaden. In dit onderzoek is er getracht antwoord te geven op de vraag of en hoe slachtoffers zijn in te delen op basis van hun scores op pesten, slachtofferschap en agressie en om deze zowel onderling als met pesters en neutrale kinderen te vergelijken op internaliserende, interpersoonlijke en externaliserende problemen. Hiervoor is er gebruikt gemaakt van een klassikaal interview, individuele interview en een leerkrachtvragenlijst.

In het onderstaande praktijk onderzoek is er onderzoek gedaan naar het pestgedrag binnen een bepaalde klas. De les L.O. kon door de leerkracht niet normaal worden gegeven, omdat de leerlingen elkaar telkens zaten te pesten, uit te schelden, aan elkaar zaten enz. Voor dit praktijk onderzoek zijn er een probleemstelling en een doelstelling geformuleerd. De probleemstelling luidt als volgt: 'Ik onderzoek pestgedrag op het Canisius college te Nijmegen in klas 1X, Omdat ik wil weten hoe ik het pestgedrag kan verminderen onder de leerlingen van klas 1C ten einde pestgedrag te verminderen ten gunste van een stijging van de bewegingsintensiteit.'.

Cyberpesten is een steeds groter wordend probleem en vraagt om aandacht. Dit onderzoek heeft achterhaald waarom kinderen cyberpesten aan de hand van de theorie van gepland gedrag. Door middel van een vragenlijst werd bij kinderen tussen de 12 en 15 jaar onderzocht welke gedragsdeterminanten en welke achterliggende overtuigingen een rol spelen bij cyberpestgedrag. Op deze manier werd achterhaald op welke gedragsdeterminanten en overtuigingen een interventie tegen cyberpesten zich moet richten. Het onderzoek laat zien dat de theorie van gepland gedrag goed bruikbaar is om cyberpesten te verklaren.

Pesten en geweldsdelicten zijn beide specifieke vormen van interpersoonlijk geweld. Terecht maakt men zich zorgen om deze problematische gedragingen en het kost de maatschappij ook handenvol geld. Het doel van deze literatuurstudie is na te gaan of pesten in de kindertijd en adolescentie predictief is voor  geweldsdelicten op latere leeftijd. Om te beginnen wordt onderzocht of pestgedrag een stabiel patroon vertoont in de tijd. Longitudinaal onderzoek wees uit dat er wel degelijk een – zij het matige – stabiliteit is, waarin persoonlijke factoren een belangrijke rol spelen: de pester laat zich namelijk leiden door een streven naar dominantie en status.

Iedereen is wel op de een of andere manier bekend met het fenomeen “pesten op school”. Tegenwoordig wordt er veel media-aandacht aan besteed en nog anderen hebben persoonlijke ervaringen met pesten. Vaak gaat men ervan uit dat kinderen die gepest worden enkele typerende kenmerken bezitten. Een algemeen aanvaard kenmerk van de slachtoffers van pesterijen is hun sensitieve en stille manier van doen (Vergeer, 2008). Hierbij kunnen we ons afvragen of er een link bestaat met de karaktertrek “hooggevoeligheid”. Hebben hoogsensitieve kinderen meer kans om gepest te worden dan niet hoogsensitieve kinderen?

Pesten of gepest worden, dat is de vraag...Een literatuur onderzoek naar effectieve oplossingen voor het probleem van pesten op scholen. “Pestkop verhuist van schoolplein naar Internet”, kopte een krantenartikel van de Volkskrant op 30 oktober jongstleden. Op Internet worden negatieve uitspraken over klasgenootjes

The purpose of this study was to explore third and fourth grade teachers’ perceptions of bullying, their visions of bullying, their approach to prevent bullying and their (informational) needs regarding bullying in the school context. For this exploratory study, 12 teachers were interviewed in depth. Subsequently, the data were qualitatively analyzed to answer the various objectives. Results showed that teachers do not mention all the elements of the official definition. Locations called as places for bullying were mostly outside the class, for example schoolyard or swimming pool.

Bullying is a problem common to primary schools throughout the world. Research on this phenomenon has mainly focused on the school environment and its students. Research regarding the parents has focused mainly on their influence on both victim and perpetrator. In this study an attempt is made to gain insight into the different perspectives parents have on bullying as it takes place in the primary school context in the Netherlands. To this aim thirteen in-depth interviews have been conducted with twelve parents and one teacher.

Pagina's