Eindverhandelingen/thesissen/bachelor of masterproeven

Indien u uw eindverhandeling, thesis, bachelor- of masterproef rond (cyber)pesten op deze pagina wil toevoegen, stuur ze dan in pdf met een korte samenvatting in een Office Word tekst naar gerardgielen@telenet.be

De eindverhandelingen staan alfabetisch geordend naar titel.

Deze scriptie gaat over pesten op de werkvloer. Er is gekeken naar welke mogelijkheden een werknemer heeft om een werkgever aansprakelijk te houden voor de schade die hij ondervindt van het pesten. Er is daarbij aandacht besteed aan de artikelen 7:658, 7:611, 7:685 en 7:681 BW. Daarnaast zijn er preventieve middelen besproken die ingezet kunnen worden waardoor pesten op de werkvloer verminderd of escalatie van het pestgedrag voorkomen kan worden. Uiteindelijk is er een advies gegeven aan FNV Bondgenoten om onder andere vaker te procederen op grond van art. 7:658 BW omdat er volgens onderzoeker genoeg mogelijkheden voor zijn.

Pesten is een complex probleem en moet gezien worden als een groepsproces waarbij kinderen verschillende rollen innemen (pester, slachtoffer, verdediger, assistent, meeloper en buitenstaander). Het doel van deze literatuurstudie is om leerkrachten meer inzicht te geven in het groepsproces bij pesten en een antwoord te geven op de vraag welke factoren een groepsproces positief en negatief beïnvloeden.

Hoewel happy slapping, in wetenschappelijk onderzoek, vaak een geciteerde vorm van delinquentie is, blijven specifieke studies omtrent dit fenomeen uit. Op het eerste gezicht kadert het binnen cyberpesten, maar bij nader inzien is happy slapping het centrum van omringende pest- en agressievelden. Deze studie licht enerzijds dit gedrag toe en geeft anderzijds antwoord op vragen omtrent de aanwezigheid ervan op het internet, meer bepaald op Youtube, en bij de Vlaamse jeugd. Uit de inhoudsanalyse blijkt dat er een duidelijk onderscheid gemaakt kan worden tussen happy slapping-filmpjes.

In deze masterproef wordt op zoek gegaan naar de regulatie strategieën die ouders gebruiken om  om  te  gaan  met  het  gebruik  van  Facebook door  hun  kind(eren). Daarbij  worden  ook  de kennis,  competenties  en  houding  van  ouders  ten  aanzien  van  deze  sociale  netwerksite onderzocht.  Tot  slot  wordt  nagegaan  welk  effect  ouders  met  deze  regulatie  wensen  te bekomen en of ze het gevoel hebben dat hun aanpak loont. Om op deze vragen een antwoord te formuleren vulden 106 ouders een online enquête in. Ter controle werd over dit onderwerp gesproken in twee focusgroepen, van telkens 9 personen.

Doel: Het doel van dit onderzoek is het toetsen van het effect van middelengebruik, delinquentie, gepest worden, zelf pesten en sociale angst op schoolmotivatie van jongens en meisjes in de vroege adolescentie. Hierbij is sekse opgenomen als moderator. Methode: Er is kwantitatief onderzoek uitgevoerd in de vorm van een enquête bij 516 leerlingen van het HAVO/VWO, eerste en tweede klas. Over deze onderzoekssteekproef werden meervoudige regressieanalyses uitgevoerd om het model en het moderatie-effect te toetsen.

Dit onderzoek biedt inzicht in het online gedrag van mensen. Er wordt meer bepaald ingegaan op de invloed van reacties bij een Facebookbericht. Sociale media bieden de mogelijkheid om snel in interactie te gaan met elkaar. Daarbij hebben mensen de indruk dat ze individueel hun mening bepalen. Toch blijken de reacties van anderen van invloed te zijn op de attitudevorming. Dit werd aangetoond aan de hand van een experiment waarbij een realistische situatie werd nagebootst. Hier gaven proefpersonen een reactie en hun mening bij een fictief Facebookbericht.

Doel: het doel van dit actieonderzoek is om te onderzoeken of het frequent uitvoeren van anti-pestactiviteiten (lessen uit een bronnenboek en het spelen van een anti-pestspel) met alle kinderen in de klas leidt tot een verandering op de volgende gebieden: mate van welbevinden, daderschap, slachtofferschap en aantallen pesters, meelopers en verdedigers (primair) en op: aantal beste vrienden, leuke klasgenoten, niet-leuke klasgenoten, populaire klasgenoten, leiders, aard van pesten en pestlocaties (secondair). Methode: in dit onderzoek is gewerkt met een experimentele conditie en een controleconditie.

In deze paper wordt onderzocht welke antecedenten er zijn van pesten, wat de gevolgen zijn van pesten op de werkattitudes en door welke factoren deze gevolgen worden beïnvloed. Antecedenten van pesten kunnen vooral gevonden worden in de werkomgeving. Het JD-R model stelt dat een teveel aan job demands en onvoldoende job resources antecedenten kunnen zijn van pesten. Workload en job insecurity zijn job demands en tevens antecedenten van pesten.

Sociale media spelen een belangrijke rol in het dagelijks leven van jongeren. Het gebruik van sociale media zorgt ervoor dat verschillende netwerken onderhouden en opgebouwd kunnen worden. Niet iedereen vertoond hetzelfde gedrag op sociale media, er zijn diverse gebruikers. In welke mate en wat voor soort informatie een gebruiker op het profiel deelt, is bepalend voor het online imago. Het delen van ongepaste content, bijvoorbeeld uitlatingen over alcohol of seks, brengt risico’s met zich mee ten opzichte van ouders, docenten en (toekomstige) werkgevers.

In deze bachelorscriptie wil ik onderzoeken hoe theatergezelschappen een bijdrage kunnen leveren aan het bespreekbaar maken van ‘zware’ onderwerpen en zo scholen kunnen helpen bij het opstarten van een dialoog en discussie over bepaalde (‘zware’) onderwerpen. Daarnaast wil ik onderzoeken hoe vijf grote structureel gesubsidieerde gezelschappen educatie in het beleidsplan van de periode 2009-2012 hebben opgenomen. Uiteindelijk zal een casestudy van twee theatervoorstellingen van De Utrechtse Spelen die op scholen in de klas worden opgevoerd en over onderwerpen als seksualiteit en (zinloos) geweld gaan een voorbeeld zijn van dat wat ik denk dat vaker gedaan moet worden.

In dit overzicht wordt beoogd het verband tussen sociale fobie en pesten uiteen te zetten. Besproken wordt welke rol relationeel- en openlijk pesten spelen, in hoeverre er sprake is van sekseverschillen en welke rol sociale steun speelt. Tussen relationeel pesten en sociale fobie bestaat een wederkerig verband voor meisjes. Voor jongens is sociale fobie een voorspeller voor relationeel pesten. Openlijk pesten is voor meisjes alleen een voorspeller voor sociale fobie.

Pesten en gepest worden zijn wereldwijd veelvoorkomende problemen en kunnen negatieve gevolgen hebben. Het doel van dit onderzoek is meer te weten te komen over hoe pesten en gepest worden zich verhouden tot sociale angst en algemene identiteit bij adolescente jongens en meisjes. In totaal hebben 560 middelbare scholieren van 21 verschillende scholen tussen de 12-16 jaar een samengestelde vragenlijst ingevuld. Alle respondenten volgen HAVO, VWO, HAVO/VWO of Gymnasium onderwijs. De vier constructen blijken bijna allemaal met elkaar in verband te staan, er blijkt alleen geen direct verband tussen sociale angst en pesten te bestaan.

Cyberpesten bij jongeren was een voor mij niet zo voor de handliggende keuze. Het vloeide eerder voort uit de fascinatie die ik koesterde voor de digitale generatie of de hedendaagse jongeren die zijn opgegroeid met de (althans voor ons) ‘nieuwe’ media. Ongelooflijk hoe zij vandaag het gros van de tijd achter een beeldscherm gekluisterd zitten, gaande van de tv en spelconsoles over de gsm tot de computer met internet. Het is voor hen een bron van ontspanning, informatie en kennis alsook van sociale contacten.

In dit literatuuroverzicht wordt het nog weinig onderzochte onderzoeksgebied van de vernedering besproken aan de hand van twee vormen van vernedering, pesten en mishandeling. Er wordt vooral gekeken naar reacties en gevolgen van vernedering. Wanneer mensen vernederd worden blijkt een eerste reactie om agressie te vertonen tegen degene die heeft vernederd, maar dit blijkt juist de vernedering aan te wakkeren. Agressie blijkt tegengegaan te kunnen worden tegengegaan door de sociale omgeving.

Ik onderzoek het gedrag van pestende en gepeste kinderen, om dit gedrag te kunnen verklaren om teneinde een betere klimaat in de klas te creëren. Doordat ik er in de theorie achter ben gekomen wat pesten en gepest worden precies inhoud, zal ik het nu moeten koppelen aan de praktijk. Ik moet ervoor zorgen dat kinderen een vorm van naasteliefde gaan ontwikkelen zodat ze elkaar gaan accepteren. Ik wil geen lessen waarin ik vertel: "Pesten mag niet". Ik wil anti pestlessen, zonder het woord "pesten" te gebruiken. Nu is mijn oog gevallen op het woord "conflicten". Het woord 'conflicten' vind ik minder dreigend overkomen als het woord 'pesten'.

In dit retrospectief cohortonderzoek werd de impact van een pestverleden op eetstoornissen onderzocht bij een groep van 132 respondenten; 55 klinische personen allen gediagnosticeerd met een eetstoornis (ES) volgens de DSM-IV en 77 niet-klinische personen. Allen vulden twee zelfrapportage vragenlijsten in over pesten om een antwoord te geven op de vraag of adolescenten met een ES vaker een verleden van pesten rapporteren dan meisjes die geen ES hebben. Daarnaast werd de relatie tussen het type ES (purgerend/restrictief) en het soort pesten (direct/indirect) onderzocht. Ook werd gekeken naar de dader

Het internet kan je niet meer wegdenken uit deze tijd. Het is een fenomeen geworden waar je niet meer omheen kan. Opvoeders voeden hun kinderen in het dagdagelijkse leven op met normen en waarden. Ze zien erop toe dat kinderen geen dingen doen of ondergaan waar ze nog niet aan toe zijn. Waarom zou dit op internet anders moeten zijn?

Mensen met depressie en sociale angst hebben in het dagelijks leven veel interpersoonlijke problemen. De vraag ontstaat of deze interpersoonlijke problemen zich ook op Facebook voordoen. 444 eerstejaars psychologiestudenten vulden vragenlijsten in over sociale angst, depressie, Facebookgedrag en beoordeling van statusupdates. Het bleek dat hoog sociaal angstige deelnemers minder vrienden hadden op Facebook dan laag sociaal angstige deelnemers. Deze relatie werd gemedieerd door de mate waarin zij reageren op statusupdates en multimedia of dit plaatsen. De mate van depressie was niet gerelateerd aan het aantal vrienden.

In het onderwijstijdschrift Klasse, stond in de septembereditie van dit schooljaar te lezen dat drieëntachtig procent van de kinderen in de hogere klassen van het Basisonderwijs, zich goed voelt op school. Dit is een positief cijfer, maar dit wil zeggen dat zeventien procent van de leerlingen in het Basisonderwijs zich minder of niet goed voelt op school. Één van de redenen waarom deze kinderen niet graag naar school komen of niet graag in de klas zitten, kan pesten zijn. De No Blame -methode is een manier om dergelijke pestgevallen aan te pakken.

Pesten is een frequent voorkomend fenomeen, dat maar moeilijk uit het beeld van onze hedendaagse maatschappij kan verbannen worden. Het komt voor in alle sociale lagen, op alle mogelijke plaatsen en in de meest uiteenlopende situaties. Er bestaan verscheidene vormen van pesten, die kunnen gaan van af en toe eens een vervelende plagerij tot een hardnekkige en mensverscheurende scheldpartij.

Heden ten dagen zijn sociale netwerksites, zoals Facebook, populair en maakt bijna iedereen gebruik van een smartphone. Deze technologieën geven de mogelijkheid om continu online en bereikbaar te zijn, wat veelal als positief wordt ervaren. Maar welke betekenis heeft dit continu online zijn op het welzijnsgevoel van jongvolwassen vrouwen? Er is nog maar weinig aandacht voor de negatieve gevoelens, zoals stress en druk, die beiden kunnen veroorzaken. Het doel van dit onderzoek is te achterhalen wat de beleving is van jongvolwassen vrouwen van Sociale Media Stress en wat de rol van de smartphone is hierbij.

Kwantitatief onderzoek naar de rol van sociale eigen-effectiviteit op de prosociale gedragsintentie bij getuigen van cyberpesten. In deze masterproef wordt nagegaan welke gedragsintentiecategorieën bij cyberpesten kunnen gehanteerd worden voor getuigen. Daarnaast wordt ook nagegaan wat de meest voorkomende intenties zijn. Verder wordt onderzocht wat het verband is tussen sociale eigen effectiviteit en de prosociale gedragsintentie bij getuigen van
cyberpesterijen. Hieraan gekoppeld wordt ook nagegaan of context (slachtoffer is een goede vriend(in) of iemand anders) een modererende invloed heeft op deze relatie.

 

Facebook is deel geworden van het leven van een adolescent. Toch is er nog maar weinig geweten over de effecten van Facebookgebruik op het welzijn van jongeren. Bestaande studies leverden gemengde resultaten op en gebruikten vaak weinig differentiërende variabelen als aantal Facebookvrienden en tijd op Facebook om het effect te analyseren. In een experimentele studie gaan we op zoek naar de richting en de werking van een eventueel verband. We gaan na wat het effect is van verschillende soorten online activiteiten op het welzijn van jongeren.

"Veel jongeren die op school of online gepest worden gaan zelf cyberpesten", vertelt Anouk den Hamer. "Gepeste jongeren ervaren negatieve emoties zoals woede en frustratie . Door afleiding te zoeken in media waarin asociaal en normoverschrijdend gedrag vertoond wordt, lopen zij het risico om online te gaan pesten".

"Jongeren die naar media kijken waarin wordt gevochten, gescholden, veel alcohol gedronken, of ander asociaal gedrag vertoond wordt, cyberpesten meer dan jongeren die hier niet vaak naar kijken". Daarnaast bleek dat het cyberpestgedrag van deze jongeren die vaak naar dit type media kijken in de loop van een schooljaar zelfs nog verder stijgt.

De huidige generatie kinderen, de zogenoemde generatie Z, is opgegroeid met nieuwe media. Nieuwe media bieden voor generatie Z veel positieve kanten. Zo gebruiken de kinderen nieuwe media als een middel voor zelfexpressie en communicatie. Helaas komen ze ook veel gevaren tegen als hacken, cyberpesten, seks en geweld. Kinderen moet geleerd worden hier mee om te gaan. Leerkrachten moeten kinderen de juiste mediavaardigheden aanleren. Als leerkrachten mediavaardig gemaakt worden kunnen zij dit ook overbrengen aan de kinderen.

Pesten is een bekend fenomeen dat gedurende de kindertijd veelvuldig optreedt (Rigby, 2004) en voor slachtoffers op de korte en lange termijn ernstige internaliserende en externaliserende problematiek als gevolg kan hebben (Boulton, Trueman, Chau, Whitehand & Amatya, 1999; Williams, Chambers, Logan & Robinson, 1996; Hawker & Boulton, 2000).

Acht studenten van Hogeschool VIVES campus Kortrijk hebben een sensibiliseringsfilmpje ontwikkeld om de campagne ‘No Hate Speech Movement’ vanuit de Raad van Europa nieuw leven in te blazen.
Daarnaast maakten ze een educatieve activiteitenbundel voor jeugdwerkers en leerkrachten. Dit kadert in hun bachelorproef van het afstudeertraject jeugddelinquentie. Het filmpje vind je hier: https://m.youtube.com/watch?feature=share&v=-....

Pesten kan desastreuze gevolgen hebben. In het ergste geval kan het leiden tot depressief en suïcidaal gedrag (Bond et al., 2001; Kochenderfer & Ladd, 1996). Helaas is het pestproces een gecompliceerd proces waar moeilijk grip op is te krijgen. Het is niet transparant. Pesten gebeurt vaak buiten het gezichtsveld van volwassenen op een geniepige manier (Bjorkqvist et al., 1992). Pesten komt op veel, misschien wel op alle scholen voor. Het is daarom van belang dat er onderzoek wordt gedaan naar de fenomenologie van het pestproces.

Angststoornissen zijn de meest voorkomende psychologische stoornissen, waarbij sociale angststoornis de meest voorkomende stoornis is. Zowel genetische als omgevingsgerelateerde invloeden worden als mogelijke risicofactoren beschouwd. In dit literatuuroverzicht is gekeken naar de rol van emotionele warmte, afwijzing en pesten in de jeugd op de ontwikkeling van een sociale angststoornis bekeken. De rol van emotionele warmte is niet bepaald in dit onderzoek. De omgevingsinvloeden afwijzing door opvoeders en pesten door leeftijdsgenoten speelden een rol in de ontwikkeling van een sociale fobie.

Cyberpesten is een maatschappelijk probleem waarmee jongeren in onze samenleving vaak te maken krijgen. In deze masterproef wordt nagegaan of er bij jongeren een relatie bestaat tussen een Dark Triad persoonlijkheid en cyberpestgedrag op de sociale netwerksite Facebook. Deze persoonlijkheid bestaat uit narcisme, machiavellisme en psychopathie. Wetenschappelijke studies aangaande de Dark Triad doen vermoeden dat er een positieve en significante relatie bestaat tussen de Dark Triad en cyberpesten.

Pagina's