Eindverhandelingen/thesissen/bachelor of masterproeven

Indien u uw eindverhandeling, thesis, bachelor- of masterproef rond (cyber)pesten op deze pagina wil toevoegen, stuur ze dan in pdf met een korte samenvatting in een Office Word tekst naar gerardgielen@telenet.be

De eindverhandelingen staan alfabetisch geordend naar titel.

Facebook  is  momenteel  dé  populairste  sociale  netwerksite.  Gebruikers  blijken er   vooral   contacten   met   vrienden   te   willen   onderhouden   en   nieuwe vriendschappen aan   te   gaan.   De   huidige   studie   onderzoekt   de   rol   van persoonlijkheid  in  het  ontvrienden,  en  in  het  aanvaarden  of  weigeren  van vriendschapsverzoeken. Meer specifiek werd vanuit een benadering, gebaseerd op  het vijf factorenmodel  (VFM) van  persoonlijkheid nagegaan  in welke  mate persoonlijkheidstrekken  een  rol  spelen in  de  verschillende  redenen  waarom mensen een vriendschapsverzoek weigeren of aanvaarden of in de redenen om iemand  te  ontvrienden.

In de actualiteit kwamen zeer veel situaties naar boven van cyberpesten bij jongeren, van Facebookgroepen die misbruik maakten van foto's van jongeren, van slachtoffers van het verspreiden van hun intieme foto's ... . Onder andere daarom werd er een project opgericht om het welbevinden van jongeren op internet te vergroten. Het project streefde ernaar om jongeren veilig en verantwoord gebruik te leren maken van het internet om zo te voorkomen dat jongeren iets ongewenst ervaren op het internet. Het project werd uitgevoerd in opdracht van de secundaire school, het Sint-Jozefsinstituut te Betekom (de bovenbouw).

Pesten vormt voor veel jongeren, hun ouders en docenten al jaren een probleem. Zowel op school als in de thuissituatie zijn de gevolgen te merken. Slachtoffers van pesten worden er eenzaam, onzeker en ongelukkig van. Doordat het sociale leven van jongeren zich door de jaren steeds meer heeft verplaatst naar het internet, krijgen veel jongeren tegenwoordig te maken met (een vorm van) online pesten. Online pesten is zowel voor ouders als docenten niet of nauwelijks te controleren of voorkomen. Daarom speelt in het onderwijs en onder opvoeders constant de vraag hoe zij beter grip kunnen krijgen op het online pesten en gepest worden van hun leerlingen en kinderen.

In een tijd waar bijna 70% van de (Vlaamse) jongeren een profielpagina hebben op Facebook, is de nood om deze SNS te begrijpen nog nooit zo hoog geweest. Onderzoek naar de omgang van jongeren met Facebook en andere SNS is dan ook terug te vinden in veelvouden. Het spectrum aan onderzoeken wees reeds op de gevolgen en vooral de gevaren die SNS met zich meebrengen voor jonge gebruikers vb. misbruik van foto’s of gegevens. Het is dus meer dan duidelijk dat jongeren verstandig moeten omgaan met deze jonge vorm van communicatie.

Once in a while, everyone experiences fear and shame in social situations. Gelotophobia is the pathological fear of becoming an object of laughter. The aim of this study was find out of gelotophobia and social phobia are two different concepts. A social phobic population filled out the survey that contained five questionnaires: an adjusted version of the SCL-90 for excluding co morbidity, gelotophobia (Geloph<46>), social phobia (SIAS), psychological well-being (PANAS) and the ability to discriminate between ridicule and teasing (RTSq). In addition to this dataset there is added a dataset of a healthy population, this contained the questionnaires Geloph<46>, SIAS and PANAS.

Het welbevinden van leerlingen verhogen, is de algemene doelstelling van Leefsleutels vzw, de organisatie waar ik als derdejaarsstudente Sociaal Cultureel Werk stage liep. Pesten is vaak de oorzaak dat jongeren zich niet goed voelen op school. Pesten is jammer genoeg iets van alle tijden en gebeurt overal. Het is een gegeven waar men als leerkracht vaak machteloos tegenover staat.

Deze scriptie gaat over pesten op de werkvloer. Er is gekeken naar welke mogelijkheden een werknemer heeft om een werkgever aansprakelijk te houden voor de schade die hij ondervindt van het pesten. Er is daarbij aandacht besteed aan de artikelen 7:658, 7:611, 7:685 en 7:681 BW. Daarnaast zijn er preventieve middelen besproken die ingezet kunnen worden waardoor pesten op de werkvloer verminderd of escalatie van het pestgedrag voorkomen kan worden. Uiteindelijk is er een advies gegeven aan FNV Bondgenoten om onder andere vaker te procederen op grond van art. 7:658 BW omdat er volgens onderzoeker genoeg mogelijkheden voor zijn.

Pesten is een complex probleem en moet gezien worden als een groepsproces waarbij kinderen verschillende rollen innemen (pester, slachtoffer, verdediger, assistent, meeloper en buitenstaander). Het doel van deze literatuurstudie is om leerkrachten meer inzicht te geven in het groepsproces bij pesten en een antwoord te geven op de vraag welke factoren een groepsproces positief en negatief beïnvloeden.

Hoewel happy slapping, in wetenschappelijk onderzoek, vaak een geciteerde vorm van delinquentie is, blijven specifieke studies omtrent dit fenomeen uit. Op het eerste gezicht kadert het binnen cyberpesten, maar bij nader inzien is happy slapping het centrum van omringende pest- en agressievelden. Deze studie licht enerzijds dit gedrag toe en geeft anderzijds antwoord op vragen omtrent de aanwezigheid ervan op het internet, meer bepaald op Youtube, en bij de Vlaamse jeugd. Uit de inhoudsanalyse blijkt dat er een duidelijk onderscheid gemaakt kan worden tussen happy slapping-filmpjes.

In deze masterproef wordt op zoek gegaan naar de regulatie strategieën die ouders gebruiken om  om  te  gaan  met  het  gebruik  van  Facebook door  hun  kind(eren). Daarbij  worden  ook  de kennis,  competenties  en  houding  van  ouders  ten  aanzien  van  deze  sociale  netwerksite onderzocht.  Tot  slot  wordt  nagegaan  welk  effect  ouders  met  deze  regulatie  wensen  te bekomen en of ze het gevoel hebben dat hun aanpak loont. Om op deze vragen een antwoord te formuleren vulden 106 ouders een online enquête in. Ter controle werd over dit onderwerp gesproken in twee focusgroepen, van telkens 9 personen.

Doel: Het doel van dit onderzoek is het toetsen van het effect van middelengebruik, delinquentie, gepest worden, zelf pesten en sociale angst op schoolmotivatie van jongens en meisjes in de vroege adolescentie. Hierbij is sekse opgenomen als moderator. Methode: Er is kwantitatief onderzoek uitgevoerd in de vorm van een enquête bij 516 leerlingen van het HAVO/VWO, eerste en tweede klas. Over deze onderzoekssteekproef werden meervoudige regressieanalyses uitgevoerd om het model en het moderatie-effect te toetsen.

Het Effect van Middelengebruik, Delinquentie, Gepest worden, zelf Pesten en Sociale Angst op de Schoolmotivatie van Jongens en Meisjes in de Vroege Adolescentie Faculteit Sociale Wetenschappen Universiteit Utrecht Cursus: Bachelorthesis Pedagogische Wetenschappen (200600042) Bachelorthesis van subgroep 5: Anne-Sophie Kokol  Omayra Ellis  Marlon Hillen  Lotte Schrijver 

Dit onderzoek biedt inzicht in het online gedrag van mensen. Er wordt meer bepaald ingegaan op de invloed van reacties bij een Facebookbericht. Sociale media bieden de mogelijkheid om snel in interactie te gaan met elkaar. Daarbij hebben mensen de indruk dat ze individueel hun mening bepalen. Toch blijken de reacties van anderen van invloed te zijn op de attitudevorming. Dit werd aangetoond aan de hand van een experiment waarbij een realistische situatie werd nagebootst. Hier gaven proefpersonen een reactie en hun mening bij een fictief Facebookbericht.

Doel: het doel van dit actieonderzoek is om te onderzoeken of het frequent uitvoeren van anti-pestactiviteiten (lessen uit een bronnenboek en het spelen van een anti-pestspel) met alle kinderen in de klas leidt tot een verandering op de volgende gebieden: mate van welbevinden, daderschap, slachtofferschap en aantallen pesters, meelopers en verdedigers (primair) en op: aantal beste vrienden, leuke klasgenoten, niet-leuke klasgenoten, populaire klasgenoten, leiders, aard van pesten en pestlocaties (secondair). Methode: in dit onderzoek is gewerkt met een experimentele conditie en een controleconditie.

In deze paper wordt onderzocht welke antecedenten er zijn van pesten, wat de gevolgen zijn van pesten op de werkattitudes en door welke factoren deze gevolgen worden beïnvloed. Antecedenten van pesten kunnen vooral gevonden worden in de werkomgeving. Het JD-R model stelt dat een teveel aan job demands en onvoldoende job resources antecedenten kunnen zijn van pesten. Workload en job insecurity zijn job demands en tevens antecedenten van pesten.

Sociale media spelen een belangrijke rol in het dagelijks leven van jongeren. Het gebruik van sociale media zorgt ervoor dat verschillende netwerken onderhouden en opgebouwd kunnen worden. Niet iedereen vertoond hetzelfde gedrag op sociale media, er zijn diverse gebruikers. In welke mate en wat voor soort informatie een gebruiker op het profiel deelt, is bepalend voor het online imago. Het delen van ongepaste content, bijvoorbeeld uitlatingen over alcohol of seks, brengt risico’s met zich mee ten opzichte van ouders, docenten en (toekomstige) werkgevers.

In deze bachelorscriptie wil ik onderzoeken hoe theatergezelschappen een bijdrage kunnen leveren aan het bespreekbaar maken van ‘zware’ onderwerpen en zo scholen kunnen helpen bij het opstarten van een dialoog en discussie over bepaalde (‘zware’) onderwerpen. Daarnaast wil ik onderzoeken hoe vijf grote structureel gesubsidieerde gezelschappen educatie in het beleidsplan van de periode 2009-2012 hebben opgenomen. Uiteindelijk zal een casestudy van twee theatervoorstellingen van De Utrechtse Spelen die op scholen in de klas worden opgevoerd en over onderwerpen als seksualiteit en (zinloos) geweld gaan een voorbeeld zijn van dat wat ik denk dat vaker gedaan moet worden.

In dit overzicht wordt beoogd het verband tussen sociale fobie en pesten uiteen te zetten. Besproken wordt welke rol relationeel- en openlijk pesten spelen, in hoeverre er sprake is van sekseverschillen en welke rol sociale steun speelt. Tussen relationeel pesten en sociale fobie bestaat een wederkerig verband voor meisjes. Voor jongens is sociale fobie een voorspeller voor relationeel pesten. Openlijk pesten is voor meisjes alleen een voorspeller voor sociale fobie.

Pesten en gepest worden zijn wereldwijd veelvoorkomende problemen en kunnen negatieve gevolgen hebben. Het doel van dit onderzoek is meer te weten te komen over hoe pesten en gepest worden zich verhouden tot sociale angst en algemene identiteit bij adolescente jongens en meisjes. In totaal hebben 560 middelbare scholieren van 21 verschillende scholen tussen de 12-16 jaar een samengestelde vragenlijst ingevuld. Alle respondenten volgen HAVO, VWO, HAVO/VWO of Gymnasium onderwijs. De vier constructen blijken bijna allemaal met elkaar in verband te staan, er blijkt alleen geen direct verband tussen sociale angst en pesten te bestaan.

Cyberpesten bij jongeren was een voor mij niet zo voor de handliggende keuze. Het vloeide eerder voort uit de fascinatie die ik koesterde voor de digitale generatie of de hedendaagse jongeren die zijn opgegroeid met de (althans voor ons) ‘nieuwe’ media. Ongelooflijk hoe zij vandaag het gros van de tijd achter een beeldscherm gekluisterd zitten, gaande van de tv en spelconsoles over de gsm tot de computer met internet. Het is voor hen een bron van ontspanning, informatie en kennis alsook van sociale contacten.

In dit literatuuroverzicht wordt het nog weinig onderzochte onderzoeksgebied van de vernedering besproken aan de hand van twee vormen van vernedering, pesten en mishandeling. Er wordt vooral gekeken naar reacties en gevolgen van vernedering. Wanneer mensen vernederd worden blijkt een eerste reactie om agressie te vertonen tegen degene die heeft vernederd, maar dit blijkt juist de vernedering aan te wakkeren. Agressie blijkt tegengegaan te kunnen worden tegengegaan door de sociale omgeving.

Ik onderzoek het gedrag van pestende en gepeste kinderen, om dit gedrag te kunnen verklaren om teneinde een betere klimaat in de klas te creëren. Doordat ik er in de theorie achter ben gekomen wat pesten en gepest worden precies inhoud, zal ik het nu moeten koppelen aan de praktijk. Ik moet ervoor zorgen dat kinderen een vorm van naasteliefde gaan ontwikkelen zodat ze elkaar gaan accepteren. Ik wil geen lessen waarin ik vertel: "Pesten mag niet". Ik wil anti pestlessen, zonder het woord "pesten" te gebruiken. Nu is mijn oog gevallen op het woord "conflicten". Het woord 'conflicten' vind ik minder dreigend overkomen als het woord 'pesten'.

In dit retrospectief cohortonderzoek werd de impact van een pestverleden op eetstoornissen onderzocht bij een groep van 132 respondenten; 55 klinische personen allen gediagnosticeerd met een eetstoornis (ES) volgens de DSM-IV en 77 niet-klinische personen. Allen vulden twee zelfrapportage vragenlijsten in over pesten om een antwoord te geven op de vraag of adolescenten met een ES vaker een verleden van pesten rapporteren dan meisjes die geen ES hebben. Daarnaast werd de relatie tussen het type ES (purgerend/restrictief) en het soort pesten (direct/indirect) onderzocht. Ook werd gekeken naar de dader

Het internet kan je niet meer wegdenken uit deze tijd. Het is een fenomeen geworden waar je niet meer omheen kan. Opvoeders voeden hun kinderen in het dagdagelijkse leven op met normen en waarden. Ze zien erop toe dat kinderen geen dingen doen of ondergaan waar ze nog niet aan toe zijn. Waarom zou dit op internet anders moeten zijn?

Mensen met depressie en sociale angst hebben in het dagelijks leven veel interpersoonlijke problemen. De vraag ontstaat of deze interpersoonlijke problemen zich ook op Facebook voordoen. 444 eerstejaars psychologiestudenten vulden vragenlijsten in over sociale angst, depressie, Facebookgedrag en beoordeling van statusupdates. Het bleek dat hoog sociaal angstige deelnemers minder vrienden hadden op Facebook dan laag sociaal angstige deelnemers. Deze relatie werd gemedieerd door de mate waarin zij reageren op statusupdates en multimedia of dit plaatsen. De mate van depressie was niet gerelateerd aan het aantal vrienden.

In het onderwijstijdschrift Klasse, stond in de septembereditie van dit schooljaar te lezen dat drieëntachtig procent van de kinderen in de hogere klassen van het Basisonderwijs, zich goed voelt op school. Dit is een positief cijfer, maar dit wil zeggen dat zeventien procent van de leerlingen in het Basisonderwijs zich minder of niet goed voelt op school. Één van de redenen waarom deze kinderen niet graag naar school komen of niet graag in de klas zitten, kan pesten zijn. De No Blame -methode is een manier om dergelijke pestgevallen aan te pakken.

Een klein aantal studies heeft een positief verband tussen narcisme en pesten gevonden. De meeste studies waren echter cross-sectioneel van aard. In dit longitudinale onderzoek werd nagegaan of narcisme een predictor is voor pesten. In eerder onderzoek is er tevens onderzocht of sekse een modererende factor is tussen narcisme en pestgedrag. Dit interactie effect werd niet in alle onderzoeken gevonden. In dit onderzoek werd onderzocht of narcisme een risicofactor voor pestgedrag is en of het verband tussen narcisme en pestgedrag werd gemodereerd door sekse. Door de eerder uitgevoerde onderzoeken werd verwacht dat narcisme een risicofactor is voor pesten.

Pesten is een frequent voorkomend fenomeen, dat maar moeilijk uit het beeld van onze hedendaagse maatschappij kan verbannen worden. Het komt voor in alle sociale lagen, op alle mogelijke plaatsen en in de meest uiteenlopende situaties. Er bestaan verscheidene vormen van pesten, die kunnen gaan van af en toe eens een vervelende plagerij tot een hardnekkige en mensverscheurende scheldpartij.

Heden ten dagen zijn sociale netwerksites, zoals Facebook, populair en maakt bijna iedereen gebruik van een smartphone. Deze technologieën geven de mogelijkheid om continu online en bereikbaar te zijn, wat veelal als positief wordt ervaren. Maar welke betekenis heeft dit continu online zijn op het welzijnsgevoel van jongvolwassen vrouwen? Er is nog maar weinig aandacht voor de negatieve gevoelens, zoals stress en druk, die beiden kunnen veroorzaken. Het doel van dit onderzoek is te achterhalen wat de beleving is van jongvolwassen vrouwen van Sociale Media Stress en wat de rol van de smartphone is hierbij.

Kwantitatief onderzoek naar de rol van sociale eigen-effectiviteit op de prosociale gedragsintentie bij getuigen van cyberpesten. In deze masterproef wordt nagegaan welke gedragsintentiecategorieën bij cyberpesten kunnen gehanteerd worden voor getuigen. Daarnaast wordt ook nagegaan wat de meest voorkomende intenties zijn. Verder wordt onderzocht wat het verband is tussen sociale eigen effectiviteit en de prosociale gedragsintentie bij getuigen van
cyberpesterijen. Hieraan gekoppeld wordt ook nagegaan of context (slachtoffer is een goede vriend(in) of iemand anders) een modererende invloed heeft op deze relatie.

 

Pagina's