Eindverhandelingen/thesissen/bachelor of masterproeven

Indien u uw eindverhandeling, thesis, bachelor- of masterproef rond (cyber)pesten op deze pagina wil toevoegen, stuur ze dan in pdf met een korte samenvatting in een Office Word tekst naar gerardgielen@telenet.be

De eindverhandelingen staan alfabetisch geordend naar titel.

Internetgebruik heeft veel voordelen, maar er is ook nieuw soort probleem ontstaan, namelijk: cyberpesten. Doel van dit longitudinale onderzoek is om meer theoretische kennis te verkrijgen over de bi-directionele relatie tussen slachtofferschap van online pesten en depressieve symptomen en de verschillen in deze relatie tussen jongens en meisjes, tussen jongeren die uitsluitend online slachtoffers zijn en jongeren die zowel online slachtoffers als pester zijn en tussen jongeren die alleen online gepest worden en jongeren die zowel online als offline gepest worden.

In deze these wordt de bestaande literatuur behandeld over pesten op het werk. Gemiddeld 10% van de beroepsbevolking heeft wel eens te maken met pesten op het werk en zowel voor gepesten als voor de organisatie zijn er ernstige gevolgen. Er is gekeken naar de oorzaken en gevolgen van pesten op het werk voor de gepeste en hoe de gepesten om gaan met de situatie.

Pesten is voor veel kinderen een dagelijkse bron van angst en stress en komt helaas vaak voor op basisscholen en middelbare scholen. Hoewel er in de loop der tijd meer wetenschappelijke aandacht voor pesten is gekomen en veel interventieprogramma's tegen pesten zijn ontwikkeld, blijken deze programma's niet altijd het gewenste effect met zich mee te brengen. De vraag die in deze scriptie centraal staat is dan ook: hoe effectief zijn anti-pesten programma's in de praktijk en wat voor een interventies lijken het beste te werken?

Ons onderzoeksproject valt uiteen in twee luiken. Enerzijds heb je het theoretisch kader, anderzijds het onderzoek of praktisch gedeelte.
In het theoretisch kader worden de gevaren van het internet uitgebreid behandeld. Zo wordt er gesproken over jongeren en internet, internet als informatiebron, internet als communicatie en internet als ontspanning. Onder deze titels worden verschillende concrete onderwerpen aangehaald, waarbij we eerst proberen duidelijk te maken wat het nu precies is en vervolgens dieper ingaan op het gevaar ervan.

Internet is een medium dat haast niet meer weg is te denken uit het dagelijks leven, ook niet uit het leven van adolescenten. Naast de vele positieve kanten van het internet, brengt het echter ook gevaren met zich mee. Adolescenten zijn geen passieve gebruikers maar bevinden zich in een levensfase, waarin ze door het maken van keuzes in aanraking kunnen komen met deze gevaren. Deze studie onderzoekt met welke internetrisico’s Nederlandse adolescenten, door vertoning van risicogedrag (het bewust opzoeken van gevaren) in aanraking zijn gekomen en welke invloed ouders en peers hebben op dit risicogedrag.

In deze literatuurstudie is gekeken naar de invloed van sociale cognitie op pesten. Aan de hand van twee prominente theorieën binnen de sociale cognitie, de theorie van sociale informatieverwerking en theory of mind, is de volgende probleemstelling aan de orde geweest: “Zijn kinderen die pesten sociaal meer of minder ontwikkeld dan hun leeftijdsgenoten?” Het eerste model veronderstelt dat kinderen die pesten een beperking hebben in de sociale informatieverwerking.

In huidig onderzoek is er gekeken naar de kosten en baten van pesten vanuit het perspectief van de dader, in vergelijking met slachtoffers en niet-betrokken kinderen. Hierbij is er voornamelijk gelet op internaliserende gedragsproblemen, sociale acceptatie, zelfbeeld, resource control en perceived popularity. Om dit te onderzoeken is er gebruik gemaakt van peer-, zelf- en leerkrachtrapportages. Uit dit onderzoek is gebleken dat er veel baten en weinig kosten zijn voor daders. Daders zijn populairder, verkrijgen gemakkelijker bronnen, hebben weinig tot geen internaliserende gedragsproblemen en hebben het gevoel geaccepteerd te worden door leeftijdsgenoten.

In huidig onderzoek werd gekeken naar de positieve en negatieve uitkomsten van pestgedrag voor slachtoffers en daders op vier gebieden; zelfbeeld, internaliserende problemen, sociale dominantie en sociale acceptatie. Vanuit peernominaties, zelfrapportages en leerkrachtvragenlijsten (n = 981) kan worden geconcludeerd dat er opvallende verschillen bestaan wat betreft de gevolgen van pestgedrag voor daders en slachtoffers. Daders hebben positieve uitkomsten van pestgedrag. Deze groep ervaart veel baten en weinig kosten bij pesten, gezien hun zelfbeeld, internaliserende problemen, sociale dominantie en sociale acceptatie.

Deze masterproef wil verslag uitbrengen van een studie naar de kwaliteit van het geschreven pestbeleid in stedelijke, lagere scholen in de stad Antwerpen. De literatuurstudie bestaat uit twee delen. Het eerste deel beschrijft het juridisch kader waarmee Vlaamse scholen rekening moeten houden in het uittekenen van een pestbeleid. Hier wordt duidelijk dat het Verdrag van de Rechten van het Kind een belangrijke bron voor normering terzake is. Daarentegen heeft Vlaanderen zelf geen wettelijk kader ontwikkeld dat inspeelt op deze materie.

Kinderen groeien de dag van vandaag, voor een groot deel op in een virtuele wereld. Aangezien het erg belangrijk is om in de klaspraktijk rekening te houden met de leefwereld van de kinderen, is het een logisch gevolg dat we multimedia steeds meer willen integreren in het onderwijs. Met dit onderzoeksproject gaan we na of leerkrachten werkelijk gebruik maken van multimedia in de klas en welke meerwaarde dit biedt in een derde graad lager onderwijs. Verschillende mogelijkheden om multimedia te integreren in de klas worden onderzocht, om deze nadien zelf toe te kunnen passen.

In dit rapport is onderzocht wat de nieuwe vormen van pesten via social media onder jongeren tussen 12 en 16 jaar zijn, hoe vaak deze voorkomen en wat volgens jongeren de beste manier is om het probleem aan te pakken. Daarnaast is Media Rakkers een advies gegeven over de inhoud van een handboek waar zij momenteel aan schrijven. Dit boek richt zich op ouders, docenten en scholen en gaat over social media, online pesten en de aanpak daarvan. Er is onderzoek gedaan in de vorm van een literatuuronderzoek, kwantitatief onderzoek door het afnemen van 414 enquêtes onder jongeren en kwalitatief onderzoek door het houden van 5 semigestructureerde interviews met jongeren.

Onderzoek naar cyberpesten in de eerste en tweede klassen van het voortgezet onderwijs. Hoe vaak en in welke vorm komt het voor? Hoe kan school een bijdrage leveren aan een anti-cyberpestbeleid?

 

Deze studie richtte zich op de relatie tussen early pubertal timing en de mate van populariteit van adolescenten (peer-perceived popularity). Er werd verwacht dat een vroege start van de puberteit zou leiden tot meer probleemgedrag, hier gedefinieerd als pesten en normbrekend gedrag. Dit zou vervolgens leiden tot een toename van populariteit. Het onderzoek gebruikte data uit het SNARE (Social Network Analysis of Risk Behavior in Early adolescence) project. Dit is een longitudinaal onderzoek waaraan 1228 eerste en tweede klas scholieren deelnamen (Mleeftijd=13.08 jaar).

In dit onderzoek werd gekeken of kinderen die betrokken zijn bij pesten vaker last hebben van (subdimensies van) psychotische gedachten dan kinderen die niet betrokken zijn bij pesten. Daarbij werd gekeken of het pestklimaat van een klas (wordt er veel of weinig gepest) het vóórkomen van (subdimensies van) psychotische gedachten door het pesten versterkt of afzwakt. 5509 leerlingen tussen de 11 en 17 jaar hebben een vragenlijst ingevuld waarin gevraagd werd naar pestgedrag en psychotische gedachten.

De gevolgen van pesterijen op het werk kunnen voor het slachtoffer aanzienlijk zijn. Niet
alleen de gepeste personen lijden eronder, ook de collega’s en de organisatie. In dit
onderzoek, een vergelijkend onderzoek wordt door middel van vragenlijsten gekeken naar
het vóórkomen van pesten, de relatie tussen pesten, werktevredenheid, de wens om te
vertrekken, het ziekteverzuim en het organisatieklimaat. Er worden twee groepen
(verpleegkundig personeel versus de gemiddelde beroepsbevolking) met elkaar
vergeleken. Verwacht wordt dat verpleegkundigen vaker gepest worden dan de

In Nederland wordt ongeveer 16% van de kinderen in de basisschoolleeftijd gepest. Ongeveer 5.5% van de kinderen in de basisschoolleeftijd pest zelf (Fekkers, Pijpers, Verloove, Vanhorick, 2005). Een kind wordt gepest als hij of zij herhaaldelijk en langdurig blootstaat aan negatieve handelingen verricht door één of meer personen. De gevolgen voor zowel pestkoppen als slachtoffers zijn groot (Olweus, 1978; 1992). Pesten is dus een groot probleem en het is belangrijk om te weten waarom bepaalde kinderen pesten en andere kinderen gepest worden, om zo tot een effectieve interventie te komen.

In de huidige studie werd de persoonlijkheid onderzocht van pestkoppen, slachtoffers en kinderen die niet betrokken zijn bij het pesten in een steekproef van leerlingen uit het vijfde en zesje jaar lager onderwijs (N = 660). Bovendien werd nagegaan in welke mate prototypische persoonlijkheidsbeoordelingen van pestkoppen en slachtoffers door lagere schoolleerkrachten (N = 72) stroken met de realiteit. Tot slot werd onderzocht of deze prototypische beoordelingen beïnvloed worden door specifieke leerkracht eigenschappen.

Dit onderzoek maakt deel uit van het project Virtueel Leven Enschede, waarvan Wilma Meere Projecten de opdrachtgever is. In verschillende onderzoeken en in een pilot in het onderwijs over veilig internetgebruik onder kinderen en jongeren, kwam naar voren dat veilig internetgebruik en digitaal pesten punt van aandacht is. De gemeente Enschede heeft ervoor gekozen om hier iets aan te doen, door samen met Wilma Meere Projecten, Dr. Martine F. Delfos, A. Kappen en andere partners in de jeugdketen het project Virtueel Leven op te zetten.

Binnen de sociale psychologie is er weinig aandacht voor de relatie tussen discriminatie en vernedering. Het is daardoor onduidelijk hoe beide fenomenen
zich tot elkaar verhouden. In dit onderzoek is gekeken naar de verschillende factoren die een rol spelen bij discriminatie en vernedering en naar de verschillen
tussen beide fenomenen. Daarnaast zijn de verschillen tussen het slachtoffer- en daderperspectief onderzocht. Tot slot is bekeken welke actietendensen er

Een onderzoek onder vier middelbare scholen, waarbij onderzocht is in hoeverre digitaal pesten voorkomt en wat er aan gedaan wordt op de scholen. Het resultaat is een vergelijking tussen de scholen en er volgen aanbevelingen over de aanpak van digitaal pesten onder middelbare scholieren.

Als laatstejaarsstudenten aan de 'Katholieke Hogeschool Limburg' is het aan ons om aan te tonen dat we het diploma Bachelor in de Orthopedagogie waardig zijn.
De school biedt ons de kans om een project naar keuze te verwezenlijken.
We hebben alle zes gekozen voor hetzelfde project, een project dat ingediend werd door VZW Huize Sint-Vincentius, specifiek door leefgroep Jonathan.

Als leerkracht in een technische en beroepssecundaire school met de richtingen Handel en Personenzorg, hoor ik regelmatig dat leerkrachten het moeilijk hebben met pestproblemen in de klas. Vooral leerkrachten in de tweede graad beroepssecundair onderwijs (BSO) worden hier vaak mee geconfronteerd. Zelf geef ik geen les meer in de tweede graad, maar door contacten met collega's verneem ik hun bezorgdheid over deze problematiek.

Cyberpesten is de technologie herhaaldelijk misbruiken om een andere persoon te treiteren, intimideren, pesten of terroriseren. Dit gedrag uit zich normaal gesproken in ongepaste en pijnlijke geruchten of bedreigingen verstuurd door middel van e-mails, instant messaging (zoals MSN messenger), website posts en/of SMS'jes. Doordat leerlingen opgroeien met het gebruik van verschillende technologieën komt deze vorm van pesten steeds vaker voor. Hoe gaan scholen daarmee om? Wat zijn de maatregelen, zowel preventief als na constatering, die genomen kunnen worden? Welke van deze maatregelen worden ook daadwerkelijk genomen door scholen?

Facebook  is  momenteel  dé  populairste  sociale  netwerksite.  Gebruikers  blijken er   vooral   contacten   met   vrienden   te   willen   onderhouden   en   nieuwe vriendschappen aan   te   gaan.   De   huidige   studie   onderzoekt   de   rol   van persoonlijkheid  in  het  ontvrienden,  en  in  het  aanvaarden  of  weigeren  van vriendschapsverzoeken. Meer specifiek werd vanuit een benadering, gebaseerd op  het vijf factorenmodel  (VFM) van  persoonlijkheid nagegaan  in welke  mate persoonlijkheidstrekken  een  rol  spelen in  de  verschillende  redenen  waarom mensen een vriendschapsverzoek weigeren of aanvaarden of in de redenen om iemand  te  ontvrienden.

In de actualiteit kwamen zeer veel situaties naar boven van cyberpesten bij jongeren, van Facebookgroepen die misbruik maakten van foto's van jongeren, van slachtoffers van het verspreiden van hun intieme foto's ... . Onder andere daarom werd er een project opgericht om het welbevinden van jongeren op internet te vergroten. Het project streefde ernaar om jongeren veilig en verantwoord gebruik te leren maken van het internet om zo te voorkomen dat jongeren iets ongewenst ervaren op het internet. Het project werd uitgevoerd in opdracht van de secundaire school, het Sint-Jozefsinstituut te Betekom (de bovenbouw).

Pesten vormt voor veel jongeren, hun ouders en docenten al jaren een probleem. Zowel op school als in de thuissituatie zijn de gevolgen te merken. Slachtoffers van pesten worden er eenzaam, onzeker en ongelukkig van. Doordat het sociale leven van jongeren zich door de jaren steeds meer heeft verplaatst naar het internet, krijgen veel jongeren tegenwoordig te maken met (een vorm van) online pesten. Online pesten is zowel voor ouders als docenten niet of nauwelijks te controleren of voorkomen. Daarom speelt in het onderwijs en onder opvoeders constant de vraag hoe zij beter grip kunnen krijgen op het online pesten en gepest worden van hun leerlingen en kinderen.

In een tijd waar bijna 70% van de (Vlaamse) jongeren een profielpagina hebben op Facebook, is de nood om deze SNS te begrijpen nog nooit zo hoog geweest. Onderzoek naar de omgang van jongeren met Facebook en andere SNS is dan ook terug te vinden in veelvouden. Het spectrum aan onderzoeken wees reeds op de gevolgen en vooral de gevaren die SNS met zich meebrengen voor jonge gebruikers vb. misbruik van foto’s of gegevens. Het is dus meer dan duidelijk dat jongeren verstandig moeten omgaan met deze jonge vorm van communicatie.

Once in a while, everyone experiences fear and shame in social situations. Gelotophobia is the pathological fear of becoming an object of laughter. The aim of this study was find out of gelotophobia and social phobia are two different concepts. A social phobic population filled out the survey that contained five questionnaires: an adjusted version of the SCL-90 for excluding co morbidity, gelotophobia (Geloph<46>), social phobia (SIAS), psychological well-being (PANAS) and the ability to discriminate between ridicule and teasing (RTSq). In addition to this dataset there is added a dataset of a healthy population, this contained the questionnaires Geloph<46>, SIAS and PANAS.

Het welbevinden van leerlingen verhogen, is de algemene doelstelling van Leefsleutels vzw, de organisatie waar ik als derdejaarsstudente Sociaal Cultureel Werk stage liep. Pesten is vaak de oorzaak dat jongeren zich niet goed voelen op school. Pesten is jammer genoeg iets van alle tijden en gebeurt overal. Het is een gegeven waar men als leerkracht vaak machteloos tegenover staat.

Pagina's