Cyberpesten op het werk

1. Pesten op het werk

Eén bedrijf op de vier in België kampt met pesten op de werkvloer, ondanks het feit dat 84 procent zegt een antipestbeleid te voeren. Dit bleek midden februari 2006 uit een internationaal onderzoek van het sociale dienstenbureau Office Team.

De studie werd uitgevoerd in 11 landen bij 1.765 personeelsmanagers, waarvan 206 in België. In België stelt één op de vier ondervraagden te maken te krijgen met pesten op de werkvloer. Koploper is Nederland, waar 39 procent van de ondervraagde managers te maken heeft met pesten in het bedrijf.

In elke werksituatie wordt wel eens geplaagd, zonder dat dit gevolgen heeft voor de persoon die geplaagd wordt. Grappen uithalen of af en toe een plagerijtje kunnen de sfeer zelfs levendiger maken. Er is echter een groot verschil tussen plagen en pesten. Mobbing is niet zomaar een grap uithalen met een van de collega’s, het is het structureel pesten van één werknemer gedurende een langere periode (de gemiddelde duur is 15 maanden). Mobbing kan verschillende vormen aannemen, in de meeste gevallen wordt het slachtoffer aan verschillende vormen tegelijk blootgesteld. De meest voorkomende vorm is het roddelen op de werkvloer. Het doel van de pesterijen is meestal het buitensluiten van het slachtoffer. Dit proberen de pesters te bereiken door een sociaal isolement te creëren. Het slachtoffer kan bijvoorbeeld letterlijk in een hoekje weggestopt worden, zodat (bijna) niemand bij het slachtoffer in de buurt komt. Systematisch zwijgen of weggaan zodra het slachtoffer binnenkomt, zijn andere vormen van mobbing. De gevolgen van mobbing voor het slachtoffer kunnen ernstig zijn. Vaak treden er gezondheidsproblemen op zoals hoofdpijn, maag- en darmklachten, stress, slaapstoornissen etc. De klachten kunnen chronisch worden als het pesten lange tijd aanhoudt.

Pesten, psycho-terreur, mobbing… verschillende termen voor hetzelfde fenomeen. Sommigen willen het woord pesten niet gebruiken omdat het kinderachtig zou overkomen. Een algemeen erkende term is 'mobbing'. Het betekent letterlijk 'lastigvallen', zoals 'the Mob' (de maffia) vroeger bareigenaars in Amerika treiterde. Het gaat om systematisch pestgedrag, gericht op één persoon. Het hoeft geen betoog dat dergelijk gedrag hinderlijke gevolgen heeft.

Prof. S. Lievens van de RUG: "Een aantal types van mensen wordt gemakkelijker het slachtoffer van pesterijen. Zo zijn er bijvoorbeeld de mensen die in zichzelf gekeerd zijn, de meer zwakke figuren die volgzaam zijn, die werkslaaf zijn en die over zichzelf een negatief zelfbeeld hebben of die met teveel zin voor perfectie hun werk doen. Anderzijds zijn er de uitblinkers en de ambitieuzen. Tot slot zijn er ook allerlei groepen van minderheden: etnische of seksuele minderheden, ex-gedetineerden,…"

Hilde: "Ik werd gepest omdat er in mijn kledij een reuk hing die afkomstig is van het gebouw waar ik woon. Ik werd daarom naar huis gestuurd. De arts heeft vastgesteld dat er geen lijfgeur was. Ik heb het probleem aangekaart bij de directeur-generaal. Hij heeft de pesters aangemaand ermee te stoppen. De pesterijen zijn gedaan, maar het probleem blijft toch hangen." (De Standaard, 22/11/2005)

2. Mobbing

De Zweedse psycholoog en psychiater Heinz Leymann was één van de eersten die begin jaren tachtig op grote schaal onderzoek deed naar pesterijen in werksituaties. Hij omschrijft mobbing als treiterpogingen die regelmatig terugkeren en minstens een half jaar duren. In de praktijk kan het zowel gaan om bruut geweld als om subtiele pesterijen. Dit alles resulteert in mentale, psychosomatische en sociale problemen. Er is ook bij volwassenen net zoals bij kinderen een onderscheid tussen pesten en plagen. Als er sprake is van plagen, is er geen sprake van systematiek en van ongelijkheid tussen beide partijen. Iemand die geplaagd wordt komt voor zichzelf op. Iemand die gepest wordt is niet in staat voor zichzelf op te komen. Een ander verschil is dat plagen niet zo'n sporen nalaat als pesten. Pesten heeft ook de intentie om iemand te kwetsen en schade te berokkenen. Plagen is niet negatief bedoeld : zegt men soms wel eens : plagen is om liefde vragen. Maar plagen wordt niet door iedereen als plagen gewaardeerd. Heel wat misverstanden ontstaan als plaaggedrag pestgedrag is of deze vormen begint aan te nemen.

Pesten kan op verschillende manieren gebeuren. Denk maar aan kinderen op school: opmerkingen maken over het uiterlijk, systematisch boeken verstoppen, elkaar negeren,... Dat is niet anders op het werk. Het kan zelfs verder gaan: seksuele intimidatie (vooral bij vrouwen), beledigen, ongewenste grappen en opmerkingen maken, computerbestanden wissen, vervelend of helemaal geen werk geven. In uiterste gevallen kan het om fysieke bedreiging en ongelijke behandeling gaan.

Leymann deelt de mobbing-activiteiten op basis van hun effecten in vijf categorieën in:
activiteiten
-die de communicatie beïnvloeden: verbaal dreigen, management geeft de kans niet om te spreken;
-die de sociale contacten lamleggen: collega's luisteren niet meer naar wat het slachtoffer zegt, hij/zij werkt in een ruimte ver van de anderen;
-die de persoonlijke reputatie beïnvloeden: roddelen, kwaadsprekerij, grapjes over het uiterlijk;
-m.b.t. het werk: het slachtoffer krijgt geen werk meer of enkel nutteloze taken;
-die het fysisch of psychisch welbevinden ondermijnen: gevaarlijk werk, fysieke bedreigingen, ongewenst seksueel gedrag.

Recentelijk hebben ook werknemers ontdekt dat pesten ook een online variant heeft. Dezelfde dingen die kinderen en jongeren met elkaar uithalen gebeuren tussen volwassenen. Men stuurt haatsms’jes, er worden e-mails verstuurd met roddels, enz. Typisch voor volwassenen is de vaak seksuele of erotische annotatie die de digitale pestberichten krijgen. Wanneer men iemand herhaaldelijk bestookt met dit soort e-mails of sms’jes spreekt men over cyberstalken. Hieronder gaan we op beide fenomenen. We willen hier eerst pesten op het werk in het algemeen verder uitdiepen.

3.Oorzaken voor pesten op het werk.

Leymaan geeft voor oorzaken van pesten op het werk verschillende motieven aan.

Een eerste factor is volgens hem de werkorganisatie. Zo is het bij 800 cases aangetoond dat mobbing gebeurt in extreem slecht georganiseerde productie- en werkmethodes en dat het management zo goed als hulpeloos en ongeïnteresseerd was. De werkorganisatie in dergelijke ondernemingen leidt gemakkelijk tot conflicten en zorgt ervoor dat ze niet zomaar opgelost kunnen worden. Het management is er niet toe in staat.

De tweede factor die Leymann aanhaalt als oorzaak van pesten is een slecht conflictmanagement. Pesten zal veel gemakkelijker plaatsvinden in een onderneming waar het management actief deelneemt aan conflicten en dus aan de kant van bepaalde medewerkers gaat staan. Anderzijds kan ook conflicten negeren hetzelfde resultaat hebben.

Onderzoek over de oorzaken van pesten is nog niet ver gevorderd. Misschien daarom ziet de Nederlander Bob van der Meer het anders. Hij ziet een crisis, verstoord evenwicht, als eerste oorzaak van pesterijen. Dit verstoord evenwicht ontstaat door factoren binnen (machtsstrijd, jaloezie,...) of buiten (slechte leiding door directeur, machtsmisbruik,...) de groep. Ze leiden tot frustratie, die op haar beurt verzet of agressie uitlokt. De agressie kent een positieve uitlaatklep als men bijvoorbeeld gaat sporten. Op negatieve wijze kan mobbing het gevolg zijn.

Bob van der Meer hecht ook belang aan het zondebokfenomeen of -mechanisme als aanleiding voor pesterijen op het werk. Door vijandig met elkaar om te gaan, ontstaan er vooroordelen die, als men er niets aan doet, tot discriminatie leiden. Verder vermeldt hij ook nog autoriteit, groepsdruk en karakter van de pester (er van genieten mensen te treiteren).

Mobbing heeft gevolgen voor het slachtoffer. Maar vaak ondervinden niet alleen de pester maar het hele bedrijf schade. Op basis van brieven van en gesprekken met slachtoffers, besluit van der Meer dat er veel mogelijke gevolgen zijn voor hen: zich passief of juist provocerend gedragen, een laag zelfbeeld, weinig zelfvertrouwen, wantrouwen, negatiever toekomstperspectief, psychosociale problemen, eetstoornissen, verslavingen. Soms leidt het zelfs tot ontslag(name), zelfmoord(poging),... Het is wel duidelijk dat de gevolgen en hun intensiteit afhankelijk zijn van hoe het slachtoffer ermee omgaat en ermee kan omgaan. Zo is bijvoorbeeld een goede fysieke en psychische gezondheid van groot belang. Hetzelfde geldt voor de sociale ondersteuning, onafhankelijkheid en capaciteiten.

Als de pester niet afgeremd wordt in zijn gedrag, blijft hij dit voortdoen en gaat hij ook anderen, buiten het werk pesten. Volgens van der Meer blijven andere capaciteiten of vaardigheden dan onbenut of onderontwikkeld.

Het staat vast dat er ook gevolgen zijn voor de onderneming, maar die zijn nog niet duidelijk omschreven en onderkend. Zo heeft Bob van der Meer het o.a. over de kosten (verzuim, minder prestaties, tijd die erin kruipt), groepsmentamiteit (imago), juridische processen, motivatie, productkwaliteit, productiviteit, verzuim,…

4. Antipestwet

In België hebben de wet van 11 juni 2002 en het Koninklijk Besluit van 11 juli 2002 de situatie van slachtoffers van pesterijen of geweld op het werk versterkt. Wanneer een persoon feiten aangeeft die wijzen op geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, dan is het aan de werkgever om het tegenovergestelde te bewijzen of om een einde te maken aan de situatie en het slachtoffer te ondersteunen. De Belgische wet voorziet eveneens een taak voor de vertrouwenspersoon en de preventieadviseur. Die laatste bestudeert, als expert in de materie, de aanklacht en stelt oplossingen voor aan de werkgever. De vertrouwenspersoon staat onder andere de preventieadviseur bij en helpt hem bij het ondersteunen van de slachtoffers.
Sinds de wet in voege is nam het aantal klachten voor pesten op het werk aanzienlijk toe. In de eerste helft van 2004 werden er vier klachten per dag genoteerd. In de beginperiode nadat de wet van kracht was geworden, waren het er twee. Minister Freya Van den Bossche (SP.A), bevoegd voor Welzijn op het werk, schreef dat toe aan de ruime bekendheid die de wet kreeg. De antipestwet werkt dus blijkbaar goed en het aantal misbruiken is beperkt. Opvallend genoeg worden er echter zeer weinig klachten voor de rechtbank aanhangig gemaakt. Sinds de wet van kracht is, werden er amper 15 vonnissen geveld. Bovendien werden alle klachten ongegrond verklaard. In geen enkele beslissing werd het bestaan van het pestgedrag bevestigd. (http://www.standaard.be/)

Marc De Vos, docent arbeidsrecht aan de UGent noemt het hele gebeuren rond de antipestwet is bijzonder onverkwikkelijk. Over de grond van de zaak bestaat immers algemene eensgezindheid. Pesterijen horen niet thuis op de werkvloer, en een goed personeelsbeleid vergt terzake preventieve en curatieve maatregelen. Voor de onderneming rijmt verantwoordelijkheid hier trouwens met eigenbelang, want pestgedrag is een kanker met een kostenplaatje aan ziekteverzuim, personeelsverloop, kwaliteitsvermindering en productiviteitsverlies. Bescherming van de werknemer en belang van de onderneming sporen samen en vormen een goede voedingsbodem voor ondersteunende en sensibiliserende regelgeving.

Het schrijnende lot van de postbode die door het pestgedrag van collega's tot zelfmoord werd gedreven, katapulteerde de pestproblematiek in de media en op de politieke agenda. Surfend op de mediagolf koos minister Onkelinx voor de vlucht vooruit onder de vorm van een algemene antipestwet. Maar haar geesteskind werkt niet omkaderend en ondersteunend: het is een rigide en betuttelende wet die zowel in de privé-sector als in de publieke sector de strijd tegen pesterijen formaliseert en juridiseert. (Bron : De Standaard 18/04/2006)

5. Algemene tips bij pesten op het werk.

Herkenning van de kenmerken.: Een eerste belangrijke stap is dat je zelf de kenmerken van pesten op het werk herkent. Durf het gedrag waar jij je niet goed door voelt op je job te benoemen. Eens je het erkend hebt, moet je er ook effectief iets aan willen doen. Als je het werk niet graag doet en toch van job zal veranderen, is het misschien niet nuttig te veel energie te steken in veranderen van de situatie. Wie graag in dezelfde onderneming wil blijven werken kan misschien iets hebben aan de tips die hierna volgen.

Verlies je evenwicht niet.: Het doel van pestgedrag is het destabiliseren van de slachtoffers. Misschien kan het nuttig zijn een rustperiode in te lassen om psychische weerstand op te bouwen. In sommige gevallen is het aangewezen om professionele hulp te zoeken om je evenwicht te herstellen.

Laat je niet meeslepen door pestgedrag.: Het slachtoffer moet doen alsof het hem allemaal niets kan schelen.
Reageren met agressie (zowel verbale als non-verbale) zorgt er enkel voor dat je in de kaart van de daders speelt. Zij kunnen dan beweren dat zij het slachtoffer zijn, of je kan in een vicieuze cirkel terechtkomen.

Wees steeds op je hoede.: Het slachtoffer moet opletten voor fouten van zijn kant – zowel professionele als foute reacties. De daders zullen immers willen bewijzen dat je je werk niet goed doet om je op die manier buiten te werken. Blijf dus wantrouwig om niet in moeilijkheden te geraken. Sociale ondersteuning: Sociale ondersteuning is erg belangrijk om de daders zowel psychisch als moreel aan te kunnen. Maar het is niet altijd evident om steun te zoeken bij naaste collega's. Je werkgever is sinds 2002 bij wet verplicht om iemand in de firma aan te duiden, die je hulp kan bieden: een vertrouwenspersoon en een gespecialiseerde preventieadviseur.

Je kan klacht indienen bij:
-de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur op je werk
-de medische inspectie van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid.
-de plaatselijke politie

Als je het ziet gebeuren: Je kan de daders aanspreken op hun gedrag. Het slachtoffer steunen. Als een meerderheid op een afdeling de dader duidelijk maakt dat het pestgedrag niet op prijs wordt gesteld, kan het ook vanzelf ophouden. ( www.tegenpesten.nl )