Annekes dochter (15) pleegde zelfmoord. “Haar afscheidsbrief was gericht aan de pesters”

Annekes dochter Fleur werd zó erg gepest, dat ze een eind maakte aan haar leven. “Thuis was ze een meisje dat nooit stopte met zingen.” Anneke Bloemen (50): “De laatste dagen waren voor Fleur een hel, maar wij hebben daar niets van gemerkt. Ik heb me zó vaak afgevraagd of ik iets over het hoofd heb gezien, maar ik kan niets verzinnen. Haar broer was dat weekend jarig en ze leek de grootste lol te hebben. We hebben een vakantie uitgezocht, voor als ze zou slagen voor haar eindexamen. Vol enthousiasme bladerde ze door de reisgids, op zoek naar het hotel met de meeste glijbanen. Die bewuste dinsdagochtend kroop ze, zoals iedere dag, tegen me aan met een kop thee. Samen keken we het journaal en ik smeerde haar boterhammen. Ze gaf me een kus en vertrok, wetend dat ze nooit op school aan zou komen.”

Wéér een lekke band
“Fleur was thuis een vrolijk meisje, ze zong de hele dag. De liedjes van de highschoolmusical Glee waren favoriet. Dat paste bij haar. In Glee bestaan geen buitenbeentjes. Of je nu dik bent of dun, homo of hetero, iedereen hoort erbij. Zo had Fleur de wereld graag gezien. Ze speelde juíst met kinderen die buiten de groep vielen, tot ze zelf het slachtoffer van pesterijen werd. Toen ze in groep 6 zat, hoorde ik van een moeder dat Fleur huilend voor de klas had gestaan omdat ze wilde dat het getreiter stopte. Ik was verbaasd. Fleur en ik hadden een hechte band, maar ze had hier thuis nooit iets over verteld. Nu weet ik dat gepeste kinderen dat vaker verzwijgen voor hun ouders. Thuis was een gezellige, veilige plek, dat wilde ze zo houden.”

Gedicht
“De school beloofde beter op te letten en wij stuurden Fleur naar weerbaarheidstraining. Het ging goed, dachten we. Tot ze telkens weer met een lekke band thuiskwam. Toen bleek dat het pesten nooit was gestopt. In groep 8 ging de grootste pestkop van school af en hield het op, maar voor Fleur was de lol eraf. Ze wilde niet opeens gaan spelen met kinderen die haar hadden buitengesloten. We kozen dan ook bewust voor een middelbare school waar het gros van Fleurs oude klasgenoten niet naartoe ging. Maar hoewel ze in de brugklas niet gepest werd, zat de angst om opnieuw het slachtoffer te worden diep. Dat bleek uit het gedicht over pesten waarmee ze een poëziewedstrijd won. Het eindigde met de woorden: Diep van binnen ben ik bang, want straks herhaalt het zich weer. Dan voel ik die pijn weer, en dat wil ik nooit meer. Maar het gebeurde toch, in de derde en vierde klas ontstonden steeds vaker conflicten. Opnieuw werd ze buitengesloten en kreeg ze verschrikkelijke verwensingen naar haar hoofd. Maar thuis had ze haar masker op. Bij ons was ze een meisje dat nooit stopte met zingen.”

Brief aan de pesters
“Ik was aan het werk toen de buurvrouw belde dat er mensen bij ons aan de deur stonden en dat de treinen langzaam reden. Was er soms iets aan de hand? Ik besloot voor de zekerheid even naar huis te gaan. Op de parkeerplaats bij mijn werk belde ik mijn man Eddy, die thuis was omdat hij nachtdienst had. Huilend nam hij de telefoon op, de agenten hadden het hem net verteld. ‘We zijn ons meisje kwijt’, zei hij. Ik weet niet meer hoe, maar ik ben zelf naar huis gereden. De hele weg zei ik hardop tegen mezelf: het is niet waar, het is iemand anders. Maar er stond inderdaad een politieauto op onze oprit. Ik was verdoofd, kon alleen maar huilen. Een paar uur later gingen we naar het mortuarium. Ik móest haar zien om het te geloven. Daar lag Fleur, ze was totaal beschadigd. We kwamen thuis met haar schooltas, ketting en horloge. Het horloge stond stil op het moment dat ze een einde aan haar leven maakte: 8.17 uur. In de schooltas vonden we haar afscheidsbrief, hij was gericht aan de pesters. Ik kan er niet meer tegen, ik wil hier weg. Voorgoed. Ook had ze tot in de puntjes beschreven hoe ze haar crematie wilde, met als belangrijkste verzoek dat er geen mensen van school mochten komen. Dit was geen opwelling, ze had er goed over nagedacht.”

Woede
“Ik voelde op dat moment zo veel tegelijk: woede, verdriet, ongeloof. Die woede naar de pesters sloeg de volgende dag om in woede naar de school. Men bleek daar op de hoogte te zijn geweest van de conflicten die de laatste dagen speelden. De mentor heeft zelfs nog met Fleur gepraat nadat een klasgenootje had gewaarschuwd dat het niet goed met haar ging. Dat gesprekje duurde 5 minuten. Ik denk dat Fleur daar haar masker weer opzette, zoals ze thuis ook deed. Daarna liep ze met het klasgenootje naar haar fiets, die door de pesters op het hek gehangen was. Achteraf hoorden we dat Fleur vaak op de gang stond te huilen, maar niemand heeft ons dat verteld. Dat neem ik de school kwalijk. Misschien hadden we Fleur niet meer kunnen redden, maar de school heeft ons wel de kans ontnomen om haar te helpen. Als we hadden geweten van de pesterijen, hadden we het gesprek met haar kunnen aangaan.”

Onderzoek
“Er kwam een onafhankelijk onderzoek naar de reden van Fleurs zelfmoord. We waren het eens met de uitkomst: haar zelfdoding is niet alleen aan het pesten op de middelbare school te wijten, ook het pestverleden op de basisschool en de dood van haar oma begin dat jaar hebben veel invloed gehad. Maar het is een feit dat die laatste dagen ontzettend heftig voor haar zijn geweest. Dat de media de uitkomst van het onderzoek vertaalden in krantenkoppen als ‘Dood Fleur Bloemen niet door pesten’ was een klap in ons gezicht.”

Niet schuldig
“Fleur schreef in haar brief dat wij ons niet schuldig moeten voelen over haar dood. Daar hou ik me aan vast. We zijn in haar basisschooltijd nog gaan kijken naar andere scholen, ik wilde dat ze de keuze had. Ze is naar trainingen geweest en is zelfs nog even in therapie geweest toen haar oma plotseling overleed. We hebben gedaan wat in onze macht lag. Maar toch denk ik soms: wat had ik anders kunnen doen?”

De geur in haar kamertje
“Op 11 december is het 2 jaar geleden. Tegen de moeilijke dagen kan ik me wapenen. De vakantie waar ze niet bij zal zijn. Haar zeventiende verjaardag die we niet zullen vieren. Die bewuste ochtend dat ze sprong. Ik zet me schrap, om de volgende dag door te gaan met het gewone leven. Het grote verdriet zit hem vooral in onverwachte dingen. Dat liedje op de radio dat ze zo mooi vond. Als ik op een slechte dag uit het raam kijk en de trein voorbij zie rijden. Of als ik haar slaapkamer binnenloop en haar geur ruik. We werken weer, we sporten en gaan naar feestjes. Maar eigenlijk is niets meer leuk.”

PS
Een aantal mensen dat zich het lot van Fleur aantrok, heeft de Fleur Bloemen Stichting opgericht. De stichting reikt jaarlijks de Fleur Bloemen-Award uit aan het mooiste initiatief tegen pesten.

Interview: Elselien van Dieren (2013). Fotografie: Bernice van Wissen

Bron

http://www.libelle.nl/mensen/interviews-2/gepest